Objectief gezien leven wij in de rijkste periode uit de gehele geschiedenis. De economie is de studie van de verdeling van schaarse middelen, maar wat gebeurt er wanneer die middelen in overvloed voorhanden zijn? Dan blijft de economie ervan uitgaan dat de mens onverzadigd is en nog meer geld wil verdienen om te kunnen consumeren.
De periode na de Tweede wereld oorlog werd gekenmerkt door een snelle stijging van de welvaart, die vervolgens in de jaren zestig leidde tot de eerste golf van kritiek op de consumptiemaatschappij. De belofte van de hippiegeneratie kwam niet uit. Onze Westerse samenleving raakte niet alleen verslaafd aan consumptie, maar ook aan schuld.
Tot de dag van vandaag discussiëren psychologen, economen en sociologen over de vraag of welvaart op een betekenisvolle manier bijdraagt aan onze gevoelens van geluk. Het lijkt erop dat consumptie op twee manieren voor geluk kan zorgen: door de consumptie alsmaar verder op te voeren dan wel door ons te realiseren dat we genoeg hebben.
De essentie van mijn bezwaar tegen het beleid van het kabinet Rutte II is dat het alleen gericht is op het “repareren” van de economie van de 20ste eeuw. Daarmee kan niet (meer) worden volstaan. Waarom niet? Dit omdat we inmiddels het Industriële Tijdperk uit de 20ste eeuw achter ons hebben gelaten en het Kennis – en Innovatietijdperk zijn binnen getreden. De onontkoombare consequentie daarvan is dat in de politiek, overheden en ondernemersland fundamentele veranderingen doorgevoerd moeten worden om de nieuwe kansen in de 21ste eeuw te benutten. Voor een goede toekomstvan Nederland is het ondermeer van belang dat de huidige structuren, de governance, de methodieken en werkwijzen uit het Industriële Tijdperk worden aangepast; zij zijn inmiddels al ruim tien jaar over hun houdbaarheidsdatum heen.
Onlangs hoorde ik van een directeur, die met zijn managementteam sprak. Hij had een nieuw idee om een bepaald probleem op te lossen en legde dat uit. Hij besloot met te zeggen dat dit idee de ideale oplossing was. Eén van de aanwezigen zei toen dat hij het niet eens was met de directeur. Deze keek verstoord op en zei: “Wat heb je dan niet begrepen?”
Het is duidelijk dat de man zo overtuigd was van zijn onomstotelijk plan, dat hij aannam dat, indien je zei het er niet mee eens te zijn, dan had je het niet begrepen. Het kwam geen moment bij de directeur op dat hij het wel eens bij het verkeerde eind kon hebben.
Als liberaal in hart en nieren raakt ook mij enorm het regeerakkoord toen de aap uit de mouw kwam wat betreft fiscalisering van het Zorgsysteem. Vele kiezers hebben op de VVD gestemd om te voorkomen dat de PvdA de grootste partij zou worden om daardoor niet weer een desastreus Den Uyl beleid te krijgen. Hoe langer je erover doordenkt hoe bozer je als liberaal wordt over wat de onderhandelaars Mark Rutte en Stef Blok namens de VVD hebben gedaan c.q. hebben nagelaten.
Nu blijkt dat je beter op de PvdA hadkunnen stemmen. Immers dan wasde PvdA als grootste partij “veroordeeld” om met de VVD te regeren en had de VVD NOOIT ingestemd met maatregelen die de liberale principes in het hart raken.
De kredietcrisis is volgens mij dé kans om noodzakelijke hervormingen door te voeren. Waarom zijn hervormingen nu zo noodzakelijk?
De unieke overgang van het Industriële Tijdperk naar het Kennis en Innovatietijdperk (een vergelijkbare omwenteling vond maar liefst 165 jaar geleden plaats) vereist een nieuwe manier van denken. We moeten achterhaalde ideeën over de inherente stabiliteit, efficiëntie en veerkracht van ongereguleerde markten overboord gooien en we moeten crises hun rechtmatige plaats in de economie en financiële wereld geven.
Kortom, de winnende strategie van vroeger is de verliezende strategie voor de toekomst geworden. De macht verschuift van de factor kapitaal naar de factor kennis, met het inzicht in de verbanden en de mogelijkheid daarop slagvaardig in te spelen. Hierdoor ontstaat er als het ware een extra intelligentie die tot duurzaamheid, enorme besparingen, oplossingen van structurele oplossingen en toegevoegde waarde kan leiden.
We moeten ons ontdoen van onze verouderde politieke partijstructuren, ontworpen voor een slechts kalmpjes aan veranderde wereld van massabewegingen en massa- economie. We zullen tijdelijke, modulaire partijen moeten oprichten die tegemoet kunnen komen aan snel veranderende behoeften; een soort in – en uitschakelbare partijen van de toekomst.
Misschien moeten we wel “diplomaten”of ambassadeurs” benoemen, niet tussen landen maar om te bemiddelen tussen minderheden binnen het eigen land. Quasi- politieke instituties oprichten om minderheidsgroepen te helpen gemakkelijker en sneller bondgenootschappen te vormen en die weer los te laten.
We hebben misschien podia nodig waarop verschillende minderheden, bij toerbeurt of misschien wel willekeurig aanwezig, zich samen buigen over bepaalde problemen, afspraken maken en geschillen uitvechten.
Minstens tienduizend jaar is de mens bezig geweest een wereldomvattend stelsel van ruilmogelijkheden (een markt) op te zetten. Sinds de start van het Industriële Tijdperk, is dit proces ongelooflijk versneld. In het Industriële Tijdperk is de wereld tot één grote markt omgetoverd.
Door op systematische wijze miljarden mensen aan elkaar te verbinden, zorgde de markt voor een wereld waarin niemand – individu noch natie of zelfs cultuur- het eigen lot in handen meer had. Het verspreidde een vulgair materialisme, samen met het geloof dat economische factoren en een economisch gerichte motivatie de fundamentele drijfveren waren van het menselijke bestaan.
Het zorgde ervoor dat het leven beschouwd werd als een opeenvolging van contractuele transacties en voor een samenleving waarin werd gesproken over “huwelijkscontracten”en “sociale contracten”.
Onze parlementaire structuur is de afgelopen 250 jaar nauwelijks veranderd en is daarom niet toegerust voor het soort managersbeslissingen dat vandaag de dag noodzakelijk is. Het gehele apparaat is volkomen ineffectief. Een politiek stelsel moet niet alleen besluiten kunnen nemen en die uitgevoerd zien te krijgen. Het moet op de juiste schaal kunnen opereren, instaat zijn ongelijke stukken beleid te integreren en tegelijk de diversiteit in de samenleving kunnen weergeven en daarop reageren.
Onze problematiek speelt zich niet langer af rond zaken als “links versus rechts’, of sterk of zwak leiderschap; het huidige systeem van besluitvorming is zelf tot een gevaar uitgegroeid.
Toen er sprake was van een voornamelijk statische samenleving werkte het bestuursmodel met onafhankelijke ministers en wethouders misschien nog wel. Het was zeker niet ideaal, maar door een weinig dynamische samenleving waren de effecten ervan niet al te beroerd. Nu is dat anders.
Vanaf de voorhistorische tijden tot heden hing het goed functioneren van een groep mensen af van persoonlijke communicatie tussen de individuen die er deel van uitmaakten. Niettemin bestond ook de behoefte aan de mogelijkheid berichten uit te wisselen die tijd en ruimte konden overbruggen.
De oude Perzen beschikten over torens die als een soort “roepzender” functioneerden: erbovenop stonden mannen om berichten van de ene toren naar de andere te schreeuwen. De Romeinen exploiteerden een uitgebreid ordonnanssysteem. Tussen 1305 en het begin van de negentiende eeuw onderhield het Duitse vorstenhuid Taxis een ponyexpres voor heel Europa.
In de afgelopen eeuwen is de maatschappij veranderd van een agrarische naar een industriële samenleving. Wij leven momenteel in een transitoperiode die een gevolg is van de overgang van het Industriële Tijdperk naar het Kennis en Innovatietijdperk.
Als er iets is dat we uit de ons achterliggende decennia hebben kunnen leren, is het wel dat alle politieke en sociale problemen in elkaar grijpen. Dat bijvoorbeeld energie gevolgen heeft voor de economie, die op haar beurt consequenties heeft voor de gezondheidszorg, die dan weer effecten heeft voor onderwijs, gezinsleven en nog vele andere zaken. De poging om keurig apart gedefinieerde problemen geïsoleerd aan te pakken – de beproefde werkwijze uit het Industriële Tijdperk- leidt alleen maar tot verwarring en ellende. Daarom is het onbegrijpelijk dat de huidige structuur van de overheidsapparaten, de methodieken, werkwijzen en governance nog steeds op de criteria van het Industriële Tijdperk en niet op het nieuwe huidige tijdperk zijn gebaseerd.
Het gevolg hiervan is dat elke poging van een regering tot aanpak van wezenlijke problemen een geheel nieuwe serie problemen oproept die vaak nog ernstiger zijn dan de oorspronkelijke (zie Griekenland). De toenemende snelheid van de veranderingen is de macht van onze besluitvormende organen te boven gegaan, waardoor onze huidige politieke structuren verouderd zijn geraakt, ongeacht partij ideologie en/of soorten leiderschap.
Over ManagementPro.nl, de management trendwatcher met tips’n trics!
Op 25/10/2012 was dit blog 7 jaar ‘in de lucht’. In die 7 jaar zijn we 1.789 postings verder. We ontvingen 556.847 bezoekers! 120.099 van hen keren regelmatig terug…… Lees meer hierover in ‘ManagementPro 7 Jaar!’
“ManagementPro LIVE!!” is een interactief programma waarin entries & rubrieken LIVE gaan!
Naast dit blog zijn er twee interest groups, LI & FB, tweets die doorgaan daar waar het blog ophoudt & een YouTube kanaal & sinds kort ook een Pinterest pagina.
‘Investors in People’ is één van de ManPro rubrieken. Met een klik op het logo kom je bij een filmpje.
De “ManagementPro” serie, een boekenreeks met verzamelde entries. Deze GRATIS(!) download geeft je een idee van deze (e-)boeken.
