Om te voorkomen dat met het afronden van een Lean project ook de resultaten wegvloeien, is het essentieel dat er continue aandacht blijft voor de resultaten. Die continuïteit kan alleen vanuit het lijnmanagement worden geboden. Verder betekent verandering dat er pijn optreedt: financieel, qua inspanning en/of door het loslaten van bestaande structuren en patronen.
Is de manager bereid die pijn te dragen? Door in een verandertraject regie te voeren op het beleggen van eigenaarschap in de lijn wordt duidelijk of de wil en de ambitie voor verandering daadwerkelijk aanwezig zijn.
Hoe herken je eigenaarschap? Waaraan herken je of het eigenaarschap ook écht in de lijn verankerd ligt of dat het een ‘feestje’ van de projectleider is? Enkele vragen die als handvat kunnen dienen bij deze diagnose:
De kerstdagen zijn achter de rug. Ik ben weer op de hoogte van zowel de besognes als de successen die vrienden en familie privé en zakelijk geboekt hebben.
Wat me opvalt: of de werkgever nu een ziekenhuis, pensioenverzekeraar of consultancy organisatie is… er kan altijd iets beter.
Wat extremer geformuleerd: veel organisaties lijken niet in staat te zijn om besluiten te nemen die te maken hebben met de kern van het probleem waar ze voor staan.
Er wordt gekozen voor een oplossing die politiek gezien in het midden ligt. Een soort verlengd Kyotoprotocol dat in Durban is afgesproken. Een maximaal haalbaar resultaat. Een verstandige keuze, binnen de beschikbare opties. Maar geen besluit dat harten sneller doet kloppen omdat het het kernprobleem oplost. Geen zicht op minder CO2 in de atmosfeer.
Waar werk je voor? BEZIT!!!!!
Want als je het op de keeper beschouwd waar doe je het allemaal voor? (Studie, werk, enz.) Hoe meer bezit je hebt, hoe meer zorgen om dat te handhaven. Je auto, je huis, je interieur, je media apparatuur, je huishoudelijke apparatuur, je kledij, je uitzet. Je zult dit moeten blijven handhaven als je bij wilt blijven en/of onderhouden.
Wat kost dat? JE VRIJHEID
Want als jij al die spullen wilt handhaven en er dagelijks profeit van wilt hebben dan zul je daar voor moeten werken, sparen, geld opzij zetten. Je gas, water en licht, de onderhoudsbeurten en afschrijving van je auto, de reservering van gelden voor onderhoud van je huis, de maandelijkse verzekeringen en belastingen voor voornoemde.
We moeten ons ontdoen van onze verouderde politieke partijstructuren, ontworpen voor een slechts kalmpjes aan veranderde wereld van massabewegingen en massa- economie. We zullen tijdelijke, modulaire partijen moeten oprichten die tegemoet kunnen komen aan snel veranderende behoeften; een soort in – en uitschakelbare partijen van de toekomst.
Misschien moeten we wel “diplomaten”of ambassadeurs” benoemen, niet tussen landen maar om te bemiddelen tussen minderheden binnen het eigen land. Quasi- politieke instituties oprichten om minderheidsgroepen te helpen gemakkelijker en sneller bondgenootschappen te vormen en die weer los te laten.
We hebben misschien podia nodig waarop verschillende minderheden, bij toerbeurt of misschien wel willekeurig aanwezig, zich samen buigen over bepaalde problemen, afspraken maken en geschillen uitvechten.
Gestaag nadert het einde van 2011, en dus ook de start van 2012. Het is bijna halverwege het schooljaar en in MBO land is het druk. Druk met lessen, druk met begeleiding en druk met de voorbereidingen voor de 2e helft van het schooljaar, vaak ook de start van stageperiodes (contacten met bedrijven, stageopdrachten, examens, etc).
Ondertussen is men druk bezig met de aanpassingen van het onderwijs (waar halen die docenten de tijd toch vandaan?) voor het volgende schooljaar. Immers, in het actieplan ‘focus op vakmanschap’ staan verschillende acties benoemd in 5 pakketen, waarvan de eerste op 01.08.2012 van start dienen te gaan. Bijvoorbeeld de invoering van de domeinindeling of de 30+ maatregel.
Toch heeft de MBO raad bedacht dat kwaliteitsverbetering niet alleen zit in het aanpassen van het onderwijs, maar ook in het verbeteren van de kwaliteit van mensen. “De kwaliteit van docenten en managers in het mbo zal de komende jaren verder verbeteren. Daartoe hebben de MBO Raad en Halbe Zijlstra, staatsecretaris OCW, een akkoord gesloten. Het akkoord bevat afspraken over professionalisering van het onderwijspersoneel, de bekwaamheid van het management, kwaliteitsverbetering van het HRM-beleid, instroomroutes personeel en prestatiebeloning.
Minstens tienduizend jaar is de mens bezig geweest een wereldomvattend stelsel van ruilmogelijkheden (een markt) op te zetten. Sinds de start van het Industriële Tijdperk, is dit proces ongelooflijk versneld. In het Industriële Tijdperk is de wereld tot één grote markt omgetoverd.
Door op systematische wijze miljarden mensen aan elkaar te verbinden, zorgde de markt voor een wereld waarin niemand – individu noch natie of zelfs cultuur- het eigen lot in handen meer had. Het verspreidde een vulgair materialisme, samen met het geloof dat economische factoren en een economisch gerichte motivatie de fundamentele drijfveren waren van het menselijke bestaan.
Het zorgde ervoor dat het leven beschouwd werd als een opeenvolging van contractuele transacties en voor een samenleving waarin werd gesproken over “huwelijkscontracten”en “sociale contracten”.
Voor 70% van de Nederlandse werknemers worden de arbeidsvoorwaarden onderhandeld door vakbondsbestuurders. Dat is heel veel als je beseft dat het animo van werknemers om zich aan te sluiten bij een vakbond al jarenlang drastisch terugloopt. Veel bedrijven zitten opgescheept met volstrekt achterhaalde en inmiddels onbetaalbare arbeidsvoorwaarden, zoals automatische prijsindexatie en ADV. De huidige generatie medewerkers betaalt hiervoor de rekening. In deze eeuw vertegenwoordigen vakbonden al lang niet meer ‘de stem van de medewerker’, toch bepalen vakbondsbestuurders in Nederland wel wat er jaarlijks aan salarisverhogingen wordt uitgekeerd. Hoog tijd voor verandering !
Zo moet Philips 1400 mensen ontslaan en ziet het zich tegelijk geconfronteerd met een volstrekt irreële eis tot structurele verhoging van de lonen. In antwoord daarop probeert het bedrijf de percentages van het variabele (prestatiegerichte) loonbestanddeel te verhogen, maar dat wordt afgewezen vanwege het solidariteitsprincipe. Een beperkt vertegenwoordigde groep medewerkers heeft zo een onevenredige impact op een onderhandelingsproces.
Onze parlementaire structuur is de afgelopen 250 jaar nauwelijks veranderd en is daarom niet toegerust voor het soort managersbeslissingen dat vandaag de dag noodzakelijk is. Het gehele apparaat is volkomen ineffectief. Een politiek stelsel moet niet alleen besluiten kunnen nemen en die uitgevoerd zien te krijgen. Het moet op de juiste schaal kunnen opereren, instaat zijn ongelijke stukken beleid te integreren en tegelijk de diversiteit in de samenleving kunnen weergeven en daarop reageren.
Onze problematiek speelt zich niet langer af rond zaken als “links versus rechts’, of sterk of zwak leiderschap; het huidige systeem van besluitvorming is zelf tot een gevaar uitgegroeid.
Toen er sprake was van een voornamelijk statische samenleving werkte het bestuursmodel met onafhankelijke ministers en wethouders misschien nog wel. Het was zeker niet ideaal, maar door een weinig dynamische samenleving waren de effecten ervan niet al te beroerd. Nu is dat anders.
Vanaf de voorhistorische tijden tot heden hing het goed functioneren van een groep mensen af van persoonlijke communicatie tussen de individuen die er deel van uitmaakten. Niettemin bestond ook de behoefte aan de mogelijkheid berichten uit te wisselen die tijd en ruimte konden overbruggen.
De oude Perzen beschikten over torens die als een soort “roepzender” functioneerden: erbovenop stonden mannen om berichten van de ene toren naar de andere te schreeuwen. De Romeinen exploiteerden een uitgebreid ordonnanssysteem. Tussen 1305 en het begin van de negentiende eeuw onderhield het Duitse vorstenhuid Taxis een ponyexpres voor heel Europa.
In de afgelopen eeuwen is de maatschappij veranderd van een agrarische naar een industriële samenleving. Wij leven momenteel in een transitoperiode die een gevolg is van de overgang van het Industriële Tijdperk naar het Kennis en Innovatietijdperk.
Als er iets is dat we uit de ons achterliggende decennia hebben kunnen leren, is het wel dat alle politieke en sociale problemen in elkaar grijpen. Dat bijvoorbeeld energie gevolgen heeft voor de economie, die op haar beurt consequenties heeft voor de gezondheidszorg, die dan weer effecten heeft voor onderwijs, gezinsleven en nog vele andere zaken. De poging om keurig apart gedefinieerde problemen geïsoleerd aan te pakken – de beproefde werkwijze uit het Industriële Tijdperk- leidt alleen maar tot verwarring en ellende. Daarom is het onbegrijpelijk dat de huidige structuur van de overheidsapparaten, de methodieken, werkwijzen en governance nog steeds op de criteria van het Industriële Tijdperk en niet op het nieuwe huidige tijdperk zijn gebaseerd.
Het gevolg hiervan is dat elke poging van een regering tot aanpak van wezenlijke problemen een geheel nieuwe serie problemen oproept die vaak nog ernstiger zijn dan de oorspronkelijke (zie Griekenland). De toenemende snelheid van de veranderingen is de macht van onze besluitvormende organen te boven gegaan, waardoor onze huidige politieke structuren verouderd zijn geraakt, ongeacht partij ideologie en/of soorten leiderschap.
Laatste reacties
Mee eens Willem. Het is of je op de dag zelf een tsunami creëert & zoals met iede…
reactie op: Welke capaciteiten zijn nodig om het 'It Giet Oan!' te horen van De Friesche Elf Steden?Leuke parallel Willem Wat hier denk ik wel lastig is, is het de spanning tussen bi…
reactie op: Welke capaciteiten zijn nodig om het 'It Giet Oan!' te horen van De Friesche Elf Steden?http://www.moneyou.nl/nieuwsbrief-week-05/primeur-sparen-op-facebook.aspx Je wordt o…
reactie op: De volgende (R)Evolutie: APPLE Education app & FACEBOOK Central Bank.