Met 10.559 faillissementen in 2009 (+54% t.o.v. 2008), werkloosheidscijfers die voorlopig alleen een weg naar boven vinden en aanhoudende lage inflatiecijfers mogen we concluderen dat “het nog niet echt lekker gaat” in Nederland.
Politiek Den Haag ligt op de “Intensive Care” en het kabinet wordt kunstmatig in leven gehouden. Veel concrete stappen vanuit de politiek moeten we het komende half jaar niet verwachten, de bal ligt voorlopig bij het bedrijfsleven.
Na bovenstaande cijfers valt het niet te ontkennen dat er een achteruitgang te constateren is in de economie. De titel van deze blog heeft dan ook betrekking tot de indeling van organisaties. Een crisis zoals we nu beleven is voor veel organisaties een aanleiding om een reorganisatie door te voeren.
De economie in de 21ste eeuw ondergaat een wezenlijke inhoudelijke verandering omdat deze niet meer gebaseerd is op atomen maar op bits. In de atomeneconomie van het Industriële tijdperk worden de meeste dingen in de loop van de tijd vaak duurder. In de bits – economie worden de dingen steeds goedkoper. De atomeneconomie is aan inflatie en de bits – economie aan deflatie onderhevig!
Voor alles wat in de atomeneconomie gratis is, moet door iets anders worden betaald. Daarom voelt het traditionele gratis ook zo vaak aan als een lokkertje om te betalen, want je betaalt hoe dan ook. Maar gratis in de bits- economie kan echt gratis zijn; geld komt in het verhaal meestal helemaal niet voor. Daarom doet gratis online het zo goed.
De capaciteit van onze democratische partijen om urgente maatschappelijke vraagstukken ideologisch te benoemen en organisatorisch te lijf te gaan, is door de fundamentele individualisering van de samenleving onomkeerbaar verzwakt. Er is een massamaatschappij ontstaan die voor solide democratische politieke organen ongeschikt is geworden. De huidige volksvertegenwoordigers worden niet langer om hun partijprogrammatische rechtzinnigheid gekozen maar op basis van de indruk die zij individueel op de kiezer maken.
De politieke leiders dienen primair vertrouwenwekkend te worden gevonden; charisma bezitten is daarbij essentieel. De kiezers van hun kant zien zich minder als burgers die zich rond een gemeenschappelijk politiek project of programma scharen dan als cliënten die door de politiek tevredengesteld willen worden. In het verlengde van deze toeschouwerdemocratie ligt wat gemeenlijk als populisme wordt benoemd. Een vorm van directe democratie waarbij ambitieuze politici zich rechtstreeks tot de kiezers wenden en hetzij als persoon, hetzij op basis van persoonlijk programma politiek leiderschap op eisen.
De laatste jaren zien we een enorme toename in het gebruik van ”Social Media” applicaties zoals YouTube, Twitter, Facebook etc. Hebben deze applicaties invloed op de ontwikkeling van (aankomende) werknemers en als dat het geval is; welke? Welke invloed heeft deze nieuwe generatie medewerkers op de organisatie waarin zij terecht komen?
Explosieve groei: Facebook: 200 miljoen gebruikers in april 2009, 350 miljoen gebruikers in december 2009. LinkedIn: 31,5 miljoen gebruikers eind 2008, 53,6 miljoen gebruikers eind 2009. Twitter: 80 miljoen berichten in januari 2009, 1,2 miljard berichten in januari 2010. (Er bestaan alleen schattingen van het aantal Twitter-gebruikers, daarom gebruik ik het aantal berichten om de groei aan te tonen).
Het familiebedrijf is in Nederland goed voor circa 64 % van de banen in de private sector, creëert per jaar circa 166 tot 199 miljard aan toegevoegde waarde. Bovendien: 60 tot 80 % van alle innovaties komen uit het MKB voor.
De media houden ons het beeld voor dat onze economie drijft op de grote multinationals, maar dat is een vertekend beeld. Niet de beursgenoteerde multinationals zijn de ruggengraat van onze economie, maar de familiebedrijven. In Nederland is circa 55% van de ondernemingen een familiebedrijf. En het zijn niet alleen kleintjes. Van de 5000 grootste bedrijven is 45 % een familiebedrijf.
In kringen van familiebedrijven wordt het als hoogst merkwaardig ervaren dat de Nederlandse overheid het familiaal ondernemerschap sterk ontmoedigt, werkgelegenheid vernietigt en gezonde bedrijven in gevaar brengt met maatregelen die ingaan tegen de bedrijfseconomische en maatschappelijke belangen.
Dé leidende gedachte in het onderwijsbeleid voor de komende decennia moet zijn dat het hoge loonniveau in Nederland alleen te rechtvaardigen is indien daartegenover een hogere toegevoegde waarde staat. Die hogere toegevoegde waarde kan alleen door goed opgeleiden worden geleverd. Omdat alle vragen over de toekomst van Nederland uitkomen bij de kwaliteit van onze beroepsbevolking is hoogwaardig onderwijs op basis -, hoger en academisch niveau – zowel regulier als niet- regulier- van het grootste belang.
Daarnaast moeten we ons goed realiseren dat de Nederlandse economische structuur met haar hoge loonkosten een beleid van de overheid vereist waarin naast onderwijs ook innovatie sterk moet worden gestimuleerd. We zijn in Nederland echter in een vicieuze cirkel beland. Dit omdat het hoge niveau van welvaart de wil en noodzaak om te innoveren heeft verminderd.
De afgelopen maanden ben ik regelmatig in gesprek geweest met een aantal collega’s over de transformatie die gaande is binnen organisaties. Ook heb ik vrienden en relaties gesproken, die nadenken over dit onderwerp. In week- en maandbladen lees je steeds meer hoe organisaties worstelen met de ontwikkeling van structuur, leiderschapstijl en empowerment van collega’s.
Voordat ik verder ga, eerst een paar overwegingen die mogelijk verduidelijken waarom ik denk dat dit proces gaande is en waar ik een trend in begin te ontdekken.
De financiële ellende die in 2008 in de Verenigde Staten begon heeft pijnlijk zichtbaar gemaakt dat het noodzakelijke financiële toezicht geen gelijke tred heeft gehouden met de financiële productinnovatie. Hoe komt dat? En wie wordt de baas in het land?
Na de val van de Berlijnse muur hebben banken, verzekeraars en vermogensbeheerders van een ongekende liberaliseringgolf geprofiteerd en hebben hun financiële kracht en stuurmanskunst toen zeker bewezen; dat mag ook wel eens gezegd worden! Politici hebben op grond daarvan vervolgens belangrijke handels – en investeringsbarrières opgeheven. Politici en de toezichthouders zelf hebben tenslotte de laatste beperkingen op fusies in de financiële wereld, die soms nog uit de nasleep van de crash van 1929 stamden, ongedaan gemaakt.
Het management van Toyota heeft een paar moeilijke dagen achter de rug. De beslissing is genomen dat Toyota in Nederland 95.000 auto’s terugroept vanwege een mogelijk defect aan het gaspedaal. Je zal zo’n pittige mededeling de wereld in moeten slingeren. Terugroepacties zijn de nachtmerrie van elke autofabrikant. Ze kunnen het imago van het merk ondermijnen. Zeker als je, omdat je de grootste bent, door iedereen extra op de vingers gekeken wordt.
Toyota is de grootste autoproducent van de wereld. Dat schept verplichtingen. Miljoenen automobilisten moeten erop kunnen rekenen dat ze veilig op weg kunnen met hun auto.
Ze pakken het goed aan bij Toyota! In de eerste plaats wordt het probleem niet ontkend of verdoezeld. Vervolgens belegt de allerhoogste baas een persconferentie, waarin hij zijn excuses aanbiedt voor wat hij zijn klanten heeft aangedaan. Tenslotte gaat de hele onderneming in de “service-mode” en wordt er een gigantische actie op touw gezet om de bezorgde klant weer een tevreden klant te maken. Ongeacht wat de kosten of gevolgen zijn. Dat getuigt van moed. Hulde voor Toyota. Goed bezig, die jongens. Door de kraakheldere afhandeling van dit “ongeluk” zullen zij ongetwijfeld (terecht) een nog sterkere positie krijgen in de automobielindustrie.
Een bedrijf had al 4 jaar een conflict met een opdrachtgever en dat was nog steeds niet opgelost. Het conflict betrof een project dat op kwalitatief en deskundig falen betrekking had. Deze kwestie was opgelopen tot een papieren stapel van ongeveer 25 cm. Dit gaf aan dat er behoorlijk wat onmin en misverstanden over en weer waren die vooral niet tot oplossingen leidde. Van huidige samenwerking of het verstrekken van nieuwe opdrachten was al helemaal geen sprake meer.
De algemeen directeur werd aangegeven dat er een mogelijke oplossing bestond en/of hij interesse had dat er eens op een andere manier in dit probleem gedoken zou worden? Voornoemde gaf groen licht en na 2 weken werken met Pré-Mediation was er een ombuiging in de situatie gecreëerd waarbij partijen niet op persoonlijk vlak maar op zakelijk, ofwel operationeel vlak met elkaar verder konden.
Laatste reacties
Hieronder heb ik een allinea ingekopieerd die door veel bedrijven gebruikt wordt. Ik …
reactie op: Haal meer Buitenlands Talent naar Nederland! Horen daar ook allochtonen bij?Het gaat hier over kennis en de toepassing ervan. Persoonlijk zie ik alle controles a…
reactie op: Kun je van een extern auditor, controller, accountant, adviseur deskundigheid en professionaliteit verwachten?Inderdaad Ilas: ongetwijfeld ontstaat er nu weer een miljoenen industrie in 'integrit…
reactie op: By the Way, wat impliceert 'Integriteit' in het zaken doen eigenlijk?