Onze parlementaire structuur is de afgelopen 250 jaar nauwelijks veranderd en is daarom niet toegerust voor het soort managersbeslissingen dat vandaag de dag noodzakelijk is. Het gehele apparaat is volkomen ineffectief. Een politiek stelsel moet niet alleen besluiten kunnen nemen en die uitgevoerd zien te krijgen. Het moet op de juiste schaal kunnen opereren, instaat zijn ongelijke stukken beleid te integreren en tegelijk de diversiteit in de samenleving kunnen weergeven en daarop reageren.
Onze problematiek speelt zich niet langer af rond zaken als “links versus rechts’, of sterk of zwak leiderschap; het huidige systeem van besluitvorming is zelf tot een gevaar uitgegroeid.
Toen er sprake was van een voornamelijk statische samenleving werkte het bestuursmodel met onafhankelijke ministers en wethouders misschien nog wel. Het was zeker niet ideaal, maar door een weinig dynamische samenleving waren de effecten ervan niet al te beroerd. Nu is dat anders.
Communiceren in tijd van crisis, als het ff tegenzit of als er een bericht in de media verschijnt dat jou nu niet zint, da’s een “Vak Apart”. Dat blijkt deze week maar weer eens.
NRC publiceerde vorig weekeinde een artikel waarin de besteding van publiek geld door de TU Delft ter discussie werd gesteld. ‘Miljoenen gingen verloren met vastgoed en rijksgeld werd onrechtmatig uitgegeven.’ En passant kwamen er ook nog enkele smeuïge details naar buiten zoals, daar is ie weer, de vergoedingen en declaraties van de bestuurders….. Als je dat artikel leest als verantwoordelijk bestuurder, op zaterdagochtend bij je ontbijt, dan kan er wel degelijk een krentenbol in je slokdarm blijven steken. Dat je stante pede op je werkkamer een brandbrief in elkaar knutselt is wellicht te begrijpen. Maar dat je die reactie vervolgens ook daadwerkelijk publiek maakt, da’s wellicht niet handig…..
Kort daarna geef je een interview in het (opmerkelijk kritische) Weekblad van je universiteit. De titel met je uitspraak zegt vervolgens al genoeg: ‘Er gaat altijd wel een keer iets mis’. Je bevestigt dit nog met de opmerking ‘Als je kijkt naar grote en complexe organisaties dan is er altijd wel een keer iets dat mis gaat.’ Als dat zo is, dan is de vraag waarom jij daaraan leiding zou willen geven?
Je verklaring is één verdediging waarin de schuld toch vooral bij anderen ligt; niet handig. De enkele reactie die op het artikel volgt zegt daarover al ‘iets’. Zo is daar de ‘teleurgestelde medewerker’ en zijn de ‘Vakbonden verbaasd en verontrust’. Een beerput lijkt geopend nu ook de staatssecretaris opheldering wil. NRC kan (zeer) tevreden zijn.
Positief aan dit verhaal is wellicht dat we hier (weer) een casus hebben die universitair-waardig is voor het vak Strategisch Communicatie Management.
“Mijn man en ik hebben onze eigen onderneming. Als ik de telefoon opneem en degene die belt kent mij niet, kent mijn ervaring en kwaliteiten niet, dan neemt men al snel aan dat ik de assistente ben. Als zodanig word ik dan ook behandeld en soms zelfs misbruikt. Dat gebeurt natuurlijk niet als mijn man de telefoon opneemt.
Ook al beschik ik over een prima opleiding en ruim 20 jaar ervaring, bij voorkeur zien zij dat ik me richt op administratieve taken. Als een klant een uitdagende vraag stelt, dan wordt die vraag zelden aan mij gesteld wel aan mijn man. Dit resulteert er in dat zijn hersenen harder werken dan die van mij. In tijd gezien ontstaan er vervolgens in zijn hersenen meer innovatieve ideeën dan in die van mij. Eerlijk gezegd is hij dan waardevoller voor de klant dan dat ik dat ben.”
Dit is een interessante reactie die Kelley Nelsen gaf op ‘Can Nice Girls Negotiate?’ van Harvard Blogger Whitney Johnson. In haar laatste entry gaat Johnson daarop door.
In haar functie als directeur van McKinsey’s kantoor in New York, kwam Joanna Barsh de afgelopen tijd de volgende argumenten tegen waarom een CEO geen vrouw benoemde in een binnen zijn (nb; ‘haar’ kan overigens ook…) organisatie vacante managementpositie. Sorry, maar sommige ‘excuses’ zijn werkelijk hilarisch…..
“Ze is te agressief.” (of “te passief”.)
“Ik wil niet degene zijn die aan Bob vertelt dat hij de baan niet heeft gekregen.”
“Ik zou niet weten wat ik straks tegen haar kan zeggen, laat staan dat ik een mentor voor haar kan zijn.”
“Als ik een vrouw benoem in die functie en zij faalt in die positie, dan zet ik daarmee alle vrouwelijke medewerkers op een achterstand.”
“Een vrouw past niet in die positie.”
Momenteel is 53% van de nieuwe medewerkers die de arbeidsmarkt in de VS betreden een vrouw, een meerderheid dus. Toch vindt slechts 37% van hen vervolgens haar weg naar een middenkader positie. Dit % zal in ons land c.q. in de EU misschien niet eens zo heel veel anders zijn toch?
Barsh stelt: “Commitment alleen aan diversiteit in je organisatie is niet meer voldoende voor een CEO, nu meer dan ooit wordt het tijd voor actie.”
Het is een vaak gehoorde klacht van medewerkers ‘Mijn baas luistert niet naar mij!’, onderzoek toont nu aan dat zij gelijk hebben. Sterker nog: hoe machtiger de baas, hoe slechter dat hij luistert! Daardoor mist de baas een belangrijke kans want dat advies van die medewerkers draagt niet alleen bij aan de betrokkenheid van diezelfde medewerkers bij hun organisatie, het advies kan je ook nog eens op nieuwe ideeën brengen!
De onderzoekers tonen aan dat machtige mannen zo overtuigd zijn van zichzelf dat aan hen geen enkel advies is besteed. “The reason: Powerful individuals held inflated confidence in their own judgments, which led them to discount even good advice from others.”
Eerder zagen we hier al CEO’s als HP’s Mark Hurd voorbijkomen, mannen die inderdaad zo overtuigd zijn van zichzelf dat ze zich niet eens confirmeren aan de gedragsregels die zij zelf de leden van hun eigen organisatie opleggen. Als je in die positie zit dan is het inderdaad lastig luisteren….
Overigens, mooie uitzondering in dit onderzoek vormen de machtige vrouwen: ‘The researchers also found that women were more likely to take others’ advice than men.’ (nb; is het daarom dat Angnes Jongerius naar de 50+ beurs ging?)
Je baas vertellen wat er goed met hem gaat dat zal je waarschijnlijk nog wel lukken, toch? Maar hem, haar kan ook, wijzen op de handelingen die beter kunnen, beter kunnen in het belang niet alleen van de organisatie maar ook van haar-/hemzelf, da’s andere koek. Als je dan ook nog wil vertellen dat je twijfelt aan het commitment van de baas, dan begeef je jezelf helemaal op glad ijs….. Dat laatste doen we dus voorlopig nog maar niet. Laten we ons eerst maar eens buigen over feedback & dan over de vraag of de baas zelf wel feedback kan ontvangen!
Beste baas, tegen de tijd dat je (hier) de baas bent heb je geen enkele twijfel over je kennis, kunde en capaciteiten. Vaardigheden die deze baan ongetwijfeld tot een succes gaan maken! Je hebt medewerkers. Je mag (waarschijnlijk) verantwoording afleggen aan ‘hogeren’. Maar niemand onder zowel als boven je zal je feedback geven op je functioneren, toch? Da’s jammer want zo wordt jou een enorme kans ontnomen om jezelf te ontwikkelen, te ontwikkelen in het belang van je huidige organisatie maar ook om je te blijven ontwikkelen richting nieuwe, nu nog ongekende uitdagingen(!) & wie van ons wil dat niet?
Kortom hoe regel je effectieve feedback?
Om te voorkomen dat met het afronden van een Lean project ook de resultaten wegvloeien, is het essentieel dat er continue aandacht blijft voor de resultaten. Die continuïteit kan alleen vanuit het lijnmanagement worden geboden. Verder betekent verandering dat er pijn optreedt: financieel, qua inspanning en/of door het loslaten van bestaande structuren en patronen. Is de manager bereid die pijn te dragen? Door in een verandertraject regie te voeren op het beleggen van eigenaarschap in de lijn wordt duidelijk of de wil en de ambitie voor verandering daadwerkelijk aanwezig zijn.
Hoe herken je eigenaarschap?
Maar wat houdt dit nu concreet in? Waaraan herken je of het eigenaarschap ook écht in de lijn verankerd ligt of dat het een ‘feestje’ van de projectleider is? Enkele vragen die als handvat kunnen dienen bij deze diagnose:
Als er wordt gesproken over veranderingen zowel in publicaties als in de praktijk kom ik vaak de lineaire behandeling veel tegen. Dat is een in eerste instantie aansprekende methode waarbij na analyse en herontwerp de implementatie volgt. Mijn overtuiging is echter dat implementeren al bij de start van een project begint. Het gehele project betreft de implementatie. Dat betekent dat het eigenaarschap van de lijn vanaf dag één een issue is. Lijnmanagers moeten daarom al betrokken worden gedurende de besluitvormingsfase van een project.
De vraag die hen dan voor ligt is: is het nut en de noodzaak van deze ingreep helder en wordt dit door eenieder gedeeld? Het is een professionele vertraging (niet te snel starten en echt de noodzaak helder hebben) om hier echt tijd in te investeren bij de start van een project en het besluit er niet zo snel mogelijk doorheen proberen te krijgen. De toets hiervoor: kun je de vraag ‘waarom doen we dit project eigenlijk?’ helder beantwoorden?
Het was de ultieme overwinning gisteravond in Frankfurt. Een triomf die kwam op het moment dat dit het hardst nodig was. De overwinning van het Japanse vrouwen voetbalelftal in de finale van de FIFA Women’s World Cup tegen de Verenigde Staten was niet alleen één van de belangrijkste Japanse sportmomenten, de overwinning komt op een moment dat de inwoners van Japan nog beduusd zijn van de gevolgen van de tsunami van 11 maart & de daaropvolgende nucleaire ramp.
Het Japanse team was de ’van ieder tournooi bekende outsider’. Na het behalen van 2 Wereldkampioenschappen op rij was het Duitse team er op gebrand de 3e titel in eigen land hieraan toe te voegen; helaas. Andere kanshebben waren de Zweedse vrouwen & die uit de VS. Niemand hield rekening met outsider Japan. Zichtbaar was vanaf de 1e wedstrijd dat het Japanse team de recente ramp als een loodzware last met zich meedroegen. Iedere wedstrijd bedankten zij de toeschouwers, de wereldburgers voor de steun die zij hun land hadden gegeven in deze moeilijke tijden. Het Japanse team bleek het prototype van het team dat boven zich zelf uitstijgt, het team dat gedreven wordt door een onderlinge motivatie, verbonden door een gezamenlijk commitment dat het team in een flow brengt; terechte winnaar dus.
“Met verslagenheid maakt de Raad van Bestuur van Blokker Holding B.V., mede namens de familie, bekend dat op dinsdag 5 juli 2011 in zijn woonplaats Laren (NH) zijn voorzitter de heer J. Blokker is overleden. Jaap Blokker is 69 jaar geworden.
In de meer dan 45 jaar dat de heer Blokker verbonden was aan de onderneming heeft hij met scherpe geest, enthousiasme en grote bestuurlijke kwaliteiten gestalte gegeven aan het huidige internationale detailhandelsconcern, waarbij het familiekarakter voor hem altijd centraal is blijven staan.” Dat was de kern van het persbericht dat Blokker Holding vandaag verzond.
Jaap Blokker werd gewaardeerd, m.n. breed gewaardeerd in eigen detaillistenkring. Zo ontving hij eind 2010 nog een LifeTime Retail Achievement Award. Ook was bekend dat Jaap Blokker met overtuiging opkwam voor medewerkers die werden bedreigd, overigens niet alleen kwam hij daarbij op voor zijn eigen 25.000 medewerkers.
Compliment, maar was Jaap Blokker daarmee naast (familie)ondernemer & manager ook een natuurlijk leider? Laten we eens kijken wat prof. Gary Hamel daarover te melden heeft.
Laatste reacties
http://www.moneyou.nl/nieuwsbrief-week-05/primeur-sparen-op-facebook.aspx Je wordt o…
reactie op: De volgende (R)Evolutie: APPLE Education app & FACEBOOK Central Bank.De constatering dat het huidige bankensysteem m.b.t. de basisbetalingsinfrastructuur …
reactie op: Weg deftige kantoren en exquise kunst, Bankieren zal nooit meer zijn wat het was...Vaak zijn" teambuildingen", opleidingen en vormingen schaamdoekjes voor de leidingge…
reactie op: Het is eenzaam aan de Top, over het Successor's Dilemma bij KPN.