De Strijd om de Toekomst

Om als Nederlanders de strijd om de toekomst met succes te kunnen voeren, moeten we eerst inzicht krijgen in de manier waarop die strijd verschilt van die om het heden. Die verschillen zijn diepgaand. Ze staan haaks op de gangbare opvattingen over strategie en concurrentiestrijd. Veel van de nieuwe mogelijkheden vereisen een integratie van verschillende kennisgebieden.

Het grootste gevaar voor Nederland is dat we momenteel veel politici aan de macht hebben die niet weten wat zij niet weten en erger nog, niet weten dat zij dat niet weten! De grootste uitdaging voor politici zou moeten zijn: hoe komen we te weten waar en hoe de kennis in Nederland uitgebreid moet worden? Een belangrijke vraag daarbij is : welk deel van ons verleden kunnen we gebruiken als springplank naar de toekomst en welk deel van ons verleden is alleen maar overbodige ballast?

In de 21ste eeuw is kennis beter inzetbaar en van grotere waarde dan natuurlijke hulpbronnen, grote fabrieken of een dikke bankrekening. Wal-Mart, Microsoft en Toyota werden geen vooraanstaande bedrijven doordat ze rijker waren dan Sears, IBM en General Motors; het tegendeel was het geval. Ze hadden echter iets waardevoller dan materiële of financiële activa. Ze bezaten intellectueel kapitaal. Intellectueel kapitaal is de som van alle medewerkers van een onderneming bij elkaar genomen weten, en wat die onderneming sterkt in de concurrentiestrijd.

Het is bijvoorbeeld de kennis van de werknemer, de opleiding en intuïtie van een team van verschillende mensen die samen gebouwen omvormen als kleine energiebronnen en deze via internettechnologie met elkaar verbinden waardoor er op een zeer goedkope en effectieve manier duurzame energie ontstaat en de gebouwen worden afgestemd op de eisen van de 21ste eeuw.

De economische wereld die we achter ons laten, was een wereld waarin de belangrijkste bronnen van rijkdom materieel van aard waren. Grond, ertsen en olie. Arbeid en machines waren de ingrediënten waaruit rijkdom werd gecreëerd. De organisaties uit Industriële tijdperk waren opgezet om kapitaal aan te trekken. Kapitaal in de vorm van geld om de bronnen van rijkdom te ontwikkelen en te beheren. In het tijdperk waarin we nu leven, is rijkdom het product van kennis. Bekijk in dit verband het product dat karakteristiek is voor de late twintigste eeuw: de microchip. De totale waarde van alle chips die tegenwoordig geproduceerd worden, overtreft de waarde van de staalproductie. Wat maakt die chips waardevol?

Beslist niet hun materiële componenten. Chips worden hoofdzakelijk van silicium gemaakt, dat wil zeggen gewoon zand, en er is maar weinig van nodig. De waarde zit voornamelijk in de ontwerpkosten, niet alleen van de chip maar ook van de complexe machines waarmee chips worden gemaakt. De waarde wordt door de gebruikte kennis en intelligentie bepaald, en niet door de materialen. Het productieproces is dus in de 21ste eeuw bezig te dematerialiseren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *