Is democratie nog de wil van het volk?

In het belang van ons zelf en de toekomst van Nederland moeten wij ons ervan bewust worden dat het echt niet langer zinvol is dat de Staat in vrijwel alle economische en maatschappelijke kwesties de bepalende factor is. Bureaucratisering van onze samenleving, regelzucht, parasitisme, criminaliteit, machtsmisbruik, werkloosheid, inflatie enzovoort zijn niet een gevolg van een gebrek aan democratie, maar worden mogelijk juist door de democratie veroorzaakt.

Democratie ontstond in een tijd dat de overheid relatief klein was en heeft op zichzelf veel goeds gebracht. Maar er is ook een soort heiligverklaring van de democratie ontstaan en een kritiekloos geloof in het collectivisme. Een collectivisme waarin de individu per definitie aan de groep ondergeschikt is. Er komt echter steeds meer verzet tegen een systeem dat tot in detail ons leven beïnvloed.

Voor de toekomst van ons eigen land is het belangrijk dat wij als burgers zelf weer controle krijgen over ons eigen leven en de resultaten van ons werk. Zonder hoge belastingen en betuttelende wetten. Waarom zouden mensen niet hun eigen geld mogen en kunnen uitgeven voor verzekeringen, gezondheidszorg en scholing, zonder dat de Staat dat geld eerst afneemt via belastingen en vervolgens voor ons de beslissingen neemt en ons geld uitgeeft?

Wij moeten weer instaat gesteld worden om zelf keuzes te maken en individueel of samen problemen oplossen zonder tussenkomst van de Staat. Het volk zou in een democratie regeren. Maar er zijn miljoenen individuen met evenzoveel meningen en belangen die onmogelijk samen kunnen regeren. Daarom is het idee dat het volk regeert een totale fictie. Wim Kan (een van onze beroemdste cabaretiers) gaf dat goed weer: “Democratie is de wil van het volk. Ik lees elke ochtend stomverbaasd in de krant wat ik nou weer wil”.

De invloed van de politiek strekt zich veel verder uit dan alleen het parlement en de regering. Omdat alles politiek in de democratie is geworden, vinden we (voormalige) politici in alle geledingen van de samenleving. Deze blijven gewoon zitten na elke verkiezing. Een machtswisseling in de Tweede Kamer resulteert dus helemaal niet in een machtswisseling in de maatschappij. Democratische controle op de macht is ook daardoor beperkt.

Hoewel er golfbewegingen zijn in de democratische politiek, bijvoorbeeld van meer naar minder marktwerking en weer terug, is de westerse democratie steeds verder opgeschoven in de richting van meer staatsinvloed, grotere afhankelijkheid van de staat en hogere overheidsuitgaven. De overheidsuitgaven als percentage van het bruto nationaal product ( BNP) lagen aan het begin van de 20ste eeuw in veel westerse democratieën rond de 10 procent. Nu is dat in de meeste landen in de orde van 50 procent of zelfs meer. De collectieve lastendruk in Nederland lag in 1950 op 14 procent van het BNP.

Nu is dat circa 55 procent. Ook het aantal rechtsgeldige wetten steeg circa 70 procent. Totaal gelden  ruim 12.000 wetten, algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen en circa 140.000 artikelen. Het toezicht op het bedrijfsleven is in Nederland in de afgelopen periode verdrievoudigd. Er zijn zes nieuwe toezichthouders bijgekomen. Daar komt nog de extra laag wetgeving en toezicht van de regelgeving uit Brussel bij.

Welvaart ontstaat doordat mensen in staat zijn om zelf de vruchten van hun arbeid te plukken. In die situatie blijken mensen nu eenmaal het meest gemotiveerd om hard te werken, risico`s te dragen en doelmatig met de beschikbare middelen om te gaan. Dat de democratie haar beloften niet inlost, blijkt overduidelijk uit het feit dat politici bij elke verkiezing weer erkennen dat ze er een rommeltje van hebben gemaakt. Politici roepen om het hardst dat het anders en beter moet met het verkeer, het onderwijs, de veiligheid, de zorg enzovoort, enzovoort.

Maar ze komen altijd met de zelfde soort oplossingen: geef ons meer geld en meer macht en wij lossen de problemen op! Dat gebeurt in de praktijk echter nooit. Democratie is in wezen tot een specifieke politieke organisatievorm verworden. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat onze huidige centralistische bestuursvorm in de 21ste eeuw het beste ordeningsprincipe zou zijn.

Conclusie: Nederlanders die zich realiseren dat we het Industriële Tijdperk achter ons hebben gelaten en het Kennis en Innovatietijdperk zijn binnen getreden, zijn voorstanders van een fundamentele delegatie van macht naar beneden. Ze roepen om afbraak van de gigantische bureaucratieën. Ze strijden voor minder standaardisatie en meer individualisering van het onderwijs in de scholen afgestemd op de kansen van het Kennis en Innovatietijdperk. Wie in de 21ste eeuw gebruik wil maken van de nieuwe kansen en de bedreigingen wenst te minimaliseren, heeft zowel perifeer gezichtsvermogen als een focus nodig, en moet zowel aanpassingsvermogen als kracht bezitten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *