Gedrochten uit de Haagse krochten.

Het kabinetsplan om Nederland in de toekomst op te delen in vijf grote landsdelen vindt weinig draagvlak onder de bevolking. Ruim de helft van de Nederlanders (54 procent) is tegen het samenvoegen van provincies. Drie op de tien zijn slechts voorstander van grotere provincies. Dit blijkt  uit onderzoek van EenVandaag en regionale omroepen onder 29.000 deelnemers van het EenVandaag Opiniepanel.

Het is ergerlijk dat er bij de overheid een cultuur is ontstaan die strijdig is met wat een normaal mens denkt, is en verwacht. Niet voor niets vragen steeds meer Nederlanders zich af waar het gezonde verstand van de overheid is gebleven.  De in normale ogen onbegrijpelijke neiging om alles heel groot en veelomvattend te maken is bij gebrek aan beter een politiek stokpaardje van Minister Plasterk geworden. Als je hem daarover hoort praten dan is er geen enkele logica in zijn redenatie te beluisteren. De overheid vindt dat grotere eenheden efficiënter, goedkoper en beter werken.

Maar dat is natuurlijk volstrekt niet waar. Grotere eenheden hebben disproportioneel grotere problemen van afstemming, coördinatie en besturing. Er is bij grotere eenheden eveneens disproportioneel meer leiding nodig, en daardoor meer bestuurslagen. Dat betekent: meer managers en meer vergaderen.

Wij zijn met de neiging om alles groot te maken volstrekt op de verkeerde weg. De formele democratie, met gekozen lieden die we niet kennen, met oppermachtige departementen, provincies en gemeenten enzovoort, enzovoort, heeft met de werkelijke democratie ( een regeringsvorm waarbij de burgers zelf uitmaken wat er moet gebeuren) weinig meer te maken.

Wij als volk zouden in een democratie regeren. Wim Kan ( een van onze beroemdste cabaretiers) gaf dat goed weer: “Democratie is de wil van het volk. Ik lees elke ochtend stomverbaasd in de krant wat ik nou weer wil”. Niet de wil van het volk, maar de wil van politici- gesouffleerd door een beroepsgroep van lobbyisten, belangengroepen en activisten- regeert in Nederland.

Onze politici maken ons wijs dat er steeds meer centralisme nodig is. Dit omdat steeds meer zaken volgens politici en ambtenaren alleen op een grotere organisatieschaal adequaat kunnen worden opgelost. Noord- Holland, Utrecht en Flevoland moeten één superprovincie worden. Maar de drie provincies hebben net ruim 200 miljoen in oude en nieuwe panden voor hun bestaande provinciebesturen gestoken ( bron NRC Handelsblad van 17 april 2013). Hoe is dit te rijmen met regeren is vooruit zien?

Bij een beleid van grotere en mindere provincies behoort ook een kleinere centrale overheid, zoals de coalitie van VVD en PvdA van plan is.  Maar de Minister van Rijksdiensten tekent een akkoord met de ambtenarenvakbond Abvokado FNV, waardoor rijksambtenaren tot 2016 niet worden ontslagen als gevolg van de voorgenomen reorganisatie van Rijksdiensten ( bron: De Telegraaf van 11 April  2013). Wie begrijpt dit beleid nog?

NB; nog dit jaar kom ik met een nieuw boek: “Gedrochten uit de Haagse krochten: revolutie, of zegeviert toch het gezonde verstand”.

=============

020114

Afgelopen vrijdag is bij BNR in het programma van Paul van Liempt uitgebreid aandacht gegeven aan “Gedrochten uit de Haagse krochten”.

Vraag 1: Wat is de belangrijkste oorzaak dat Nederland maar niet versterkt uit de crisis komt?

Antwoord Riens Meijer: De banken zijn door hebzucht en eigen domheid in zwaar weer geraakt. De overheid meende terecht dat het onjuist was de banken failliet te laten gaan en redde ze door er veel ( belasting) geld in te steken. Om te voorkomen dat het opnieuw fout zou gaan, heeft de Nederlandse Bank/overheid  de banken op gedragen een groter eigen vermogen op te bouwen.  Tegelijkertijd  werd de banken opgedragen de krediet verlening aan vooral kleinere bedrijven weer op gang te brengen. Banken zijn cruciaal voor het scheppen en exploiteren van krediet.

Het is onbegrijpelijk dat men niet inzag dat die twee opdrachten ( eigen vermogen versterken en krediet verlenen) elkaar in de weg zitten. Met als gevolg dat de kredietverlening aan kleine en middengrote bedrijven (die de ruggengraat van onze economie vormen) zodanig ernstig  is gestagneerd dat de economie in Nederland tot stilstand is gekomen. Dit is catastrofaal geweest omdat als een economie die eenmaal tot stilstand is gekomen  moeilijk weer op gang is te brengen. In het tijdperk na 2008 bleek bovendien dat mensen op emotioneel niveau niet aan te zetten  zijn tot blinde consumptie/bestedingen, simpelweg omdat het “systeem”dat van hen verwacht. Als in een dergelijke extreme situatie de  overheid ook nog eens de belastingen verhoogt en grote bezuinigingen eist dan is  het een illusie  te veronderstellen dat Nederland snel en verstrekt uit de huidige crisis komt. 

Vraag 2. Welke structurele oplossing moet er komen om stagnatie in kredietverlening  te voorkomen?

Antwoord R.M.: Parallel met ons huidige monetaire systeem moet een kredietverleningsysteem à la het Zwitserse WIR  ingevoerd worden. De WIR ( Wirtschaftsring –Genossenschaft; later WIR- Bank) zorgt er in Zwitserland voor dat kleine en middengrote bedrijven blijven handelen tijdens een economische crisis doordat bedrijven onderling handel blijven drijven en elkaar betalen in WIR, Zwitserse Frank of een combinatie van beide. Sinds 1936 heeft de WIR Bank de status van bank, wat het mogelijk maakt om de geldhoeveelheid te beïnvloeden (één WIR komt in waarde overeen met één Zwitserse Frank). De handel in WIR – eenheden neemt toe in economische slechte tijden en neemt af als de welvaart weer groeit. Hiermee vormt het WIR – systeem een buffer, een soort economisch vliegwiel dat de opmerkelijke stabiliteit van Zwitserland helpt te verklaren.

Vraag 3: Waarom is de bureaucratie voor Nederlanders volksvijand  nummer één?

Antwoord R.M.: De Nederlandse samenleving wordt door de dominantie van bureaucraten gezien als iets dat je vanaf een tekentafel naar believen tot in de kleinste details kunt ontwerpen. Of planmatig in overeenstemming kan brengen met de ideale maatschappij. De centralisatie van bevoegdheden bij de overheden heeft geleid tot toenemende onvrijheid, en tot afhankelijkheid van ambtelijke regels die voor ons inmiddels onhoudbare vormen hebben aangenomen. Aan de doorwoekerde bureaucratie en regelzucht zal onze samenleving steeds meer en duidelijker gaan lijden met alle negatieve gevolgen van dien.

Politici beloven van Nederland het meest innovatieve land te maken, de koopkracht te bevorderen, het onderwijs opstuwen, de gezondheidszorg voor ieder Nederlander beter, goedkoper en toegankelijkere te maken, de wegen te ontdoen van files, de straten van criminaliteit, de wijken van verloedering, met zo min mogelijk”bezuinigingen”, onze belangenvertegenwoordiger in de Europese Unie, oorlogen voeren in verre landen om de internationale rechtsorde te handhaven, de emancipatie bevorderen en discriminatie tegengaan, zorgen voor veilig voedsel en schoon drinkwater, ons klimaat regelen, de honger de wereld uit helpen, sportvelden en speelvelden aanleggen voor onze kinderen, van `s morgens vroeg tot `s avonds laat en van onze wieg tot het graf over ons te waken en voor ons te zorgen.

Het is volstrekt onrealistisch om te denken dat de politiek dit allemaal kan ondanks zij ons dat toezeggen en doen willen laten geloven. Politici doen uiteindelijk het enige wat ze nog kunnen: geld tegen het probleem aan gooien, en nog meer wetten en regels uitvaardigen, “hervormingsprojecten” doorvoeren en commissies instellen die toezien op naleving van wetten en regels. Als de bureaucratie  niet drastisch wordt afgebroken dan zal dit de grootste bedreiging voor een gezonde toekomst van Nederland worden.

Vraag 4: Hoe krijgen we in Nederland weer de noodzakelijke kwaliteit in maatschappelijk bestuur ?

Antwoord R.M.: Onze staat kan en mag niet langer in vrijwel alle economische en maatschappelijke kwesties de bepalende factor blijven. De voordelen van centralisme wegen al lang niet meer op tegen alle directe en indirecte nadelen. Alleen door het invoeren van een decentraal bestuursmodel zal er een nieuwe dynamiek met een verfrissende mentaliteit voor initiatieven ontstaan. We gaan dan weer met elkaar aan de gang en zijn bereid eigen verantwoordelijkheid te nemen. Er gaan oplossingen ontstaan voor problemen die eerder onoplosbaar schenen.

Dat decentralisatie in bestuur tot goede resultaten kan leiden, bewijst Zwitserland al jaren. Zwitserland is een democratisch land dat opgebouwd is uit zes keer zoveel kleine democratische eenheden ( gemeenten) als in Nederland en 26 kantons ( te vergelijken met onze provincies) waardoor de negatieve gevolgen van grootschalige parlementaire democratie en daarmee de verstikkende bureaucratie achterwege blijft. Het oplossen van problemen is de eerste verantwoordelijkheid van de gemeenschap zelf. Daartoe worden mensen niet benoemd vanwege hun politieke achtergrond maar vanwege hun onderkende en bewezen bekwaamheden. Zaken die een bepaald gebied overstijgen of waarbij samenwerking is vereist, vinden op een groter ( dus niet hoger) schaalniveau plaats. Het is een geografisch georiënteerd model dat vanuit de gemeenschap zelf is georganiseerd. Het grootse gedeelte van de inkomstenbelasting wordt in Zwitserland aan de gemeenten en de kantons en niet aan de federale overheid betaald. De gemeenten en kantons kunnen  sterk verschillen in belastingheffing en beconcurreren elkaar dus.

Vraag 5. Wat is het verband tussen de “oude”en de “nieuwe”economie?

Antwoord R.M.: De nieuwe economie zal de oude economie transformeren en die verhoudingsgewijs in belang doen afnemen, maar zal die economie niet om zeep helpen.

Wij staan met één been( zonder dat we dat beseffen) in een revolutie die even ingrijpend is als de Industriële Revolutie destijds. Deze revolutie omvat de milieurevolutie, de genetische revolutie, de materialenrevolutie, de digitale revolutie en bovenal de kennis – en informatierevolutie. Volkomen nieuwe industrieën zullen geboren worden. Bestaande bedrijfstakken zullen diepgaande veranderingen ondergaan. Nieuwe technologieën en vaardigheden zullen nodig zijn om deze nieuwe mogelijkheden te realiseren. Elk bedrijf dat een leidende positie in een van deze markten hoopt te verwerven zal moeten samenwerken met, en leren van, belangrijke afnemers, technologie -ontwikkelaars en toeleveranciers, waar ter wereld die ook zitten. Ook zal het nodig zijn om een wereldwijd distributienet te hebben, wil een bedrijf profijt hebben van zijn leiderschap en al zijn investeringen eruit halen.

Daarbij moeten we ons realiseren dat het onmogelijk is een toekomst in de 21ste eeuw te creëren zonder de zaken vanuit een nieuwe conceptie en een nieuwe filosofie aan te pakken.

Gedrochten uit de Haagse krochten.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *