Nederlandse Immigratiepolitiek

De Nederlandse economie bezit momenteel kenmerken die voor ons land  uniek, maar ook in een  internationale context zeer bijzonder zijn. Nooit eerder gold voor Nederland namelijk de volgende combinatie van factoren:

  • een zeer vermogend land met een hoge levenstandaard;
  • het dichtstbevolkt onder de ontwikkelde landen;
  • een vergrijzende en op termijn dalende bevolking;
  • een bevolking met een sterke voorkeur voor vrije tijd;
  • een bevolking met een afkeer van bepaalde vormen van arbeid;
  • een maatschappij gekenmerkt door het mijden van risico`s, hang naar zekerheid en een geringe bereidheid tot veranderen;
  • een economie, waarin driekwart van de productie in de dienstensector tot stand komt.

Bovengenoemde kenmerken van de Nederlandse samenleving duiden op een volgroeide en verzadigde maatschappij. Vergrijzing en een afnemende bevolkingsgroei die uiteindelijk omslaat in een bevolkingsdaling zijn verschijnselen waarmee alle ontwikkelde landen te maken krijgen (zie Japan).

Wat de Nederlandse positie evenwel bijzonder maakt, is de hoge bevolkingsdichtheid. Deze is het gevolg van de zeer hoge geboortecijfers in vooral de eerste 75 jaar van de 20ste eeuw en de forse emigratie in de laatste 25 jaar van de vorige eeuw. Sinds 1975 zijn meer dan 3 miljoen immigranten naar Nederland gekomen. Na  de Tweede wereld oorlog achtten overheid en bedrijfsleven het aantrekkelijker het bestaande machinepark zo lang het kon met goedkope buitenlandse arbeiders aan de gang te houden. Dit in plaats van de productiviteit en doelmatigheid van de economie door diepte investeringen die niet in de eerste plaats gericht zouden zijn op vergroting van de hoeveelheid eindproduct, maar op modernisering van het productieproces en de ontwikkeling en vervaardiging van nieuwe producten.

De tragiek van Nederland is dat het veertig jaar lang wel immigratieland was, maar dat de aangetrokken immigranten gemiddeld genomen geen hoogwaardige arbeid leveren en dat hun arbeidsparticipatiegraad en die van hun nakomelingen relatief laag is. De immigratie in Nederland was geënt op de oude economie, terwijl nu voor het kennis – en innovatietijdperk juist hoogopgeleide mensen nodig zijn.  Tegen het eind van de conjunctuurhausse  in 1999 maakten immigranten in Nederland, net als in VS, ongeveer 10% van de bevolking uit. Maar terwijl de Amerikaanse immigranten 11,7 % van de beroepsbevolking vormden, was dit in Nederland maar 3,4 %. Geen enkel statistiek maakt zo duidelijk hoezeer het Nederlandse immigratiebeleid tot dusver is mislukt.

Conclusie: De oplossing van het Nederlandse arbeidsmarktprobleem in het Kennis  – en Innovatietijdperk ligt in de scholing, de beloningsstructuur en de immigratie van hoogopgeleiden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *