Nog meer mensen in de Zorg? Een utopie!

“Werkt nu ongeveer één op de zeven werknemers in de zorg, over veertig jaar moet dat één op de drie werknemers zijn om in de zorgvraag te kunnen voorzien. Dit maakt de personele houdbaarheid tot een urgenter probleem dan de betaalbaarheid.” Als oplossing van dit probleem ziet de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) het in het buitenland werven van zorgmedewerkers. Dan kom je al snel terecht in Afrika: de gemiddelde leeftijd van de werknemers is daar 25, opleidingen in een aantal Afrikaanse landen worden steeds beter. Maar de vraag is of zij naar de EU, laat staan NL, willen komen; wat te denken van ‘iets’ als huisvesting?

40 jaar is lang, héél lang, ik maak dat waarschijnlijk niet meer mee of de wetenschap rondom gerontologie biedt mij levensvatbare opties. Dat gezegd vroeg ik me af, op het moment dat ik de berichtgeving rondom het WRR rapport ‘Kiezen voor houdbare zorg. Mensen, middelen en maatschappelijk draagvlak‘ las: beschikt de Wetenschappelijk Raad over voldoende realiteitszin? Wat te denken bijvoorbeeld van een alternatief als technologische ontwikkelingen? Maar ook: wat te denken van nieuwe toetreders op de zorgmarkt? Want een interessante ‘markt’, dat blijft de Zorg de komende 40 jaar zeker.

Tekort aan zorgmedewerkers is al decennia een repetitief thema, een voorbeeld uit 2006, net zoals het verloop onder diezelfde zorgmedewerkers. Hoewel de zorgverlening in ons land ‘gewoon’ doorgaat, zelfs onder de druk van ‘iets’ als een coronapandemie, bestaat het risico dat een utopie nu een waanidee wordt….

Toch heeft de WRR een aantal interessante analyses gemaakt als onderbouwing van de bevindingen zoals bijv. de analyse ‘Projectie van arbeidstekorten in de Zorg’: “Het centrale probleem bij het inschatten van het effect van een sterk groeiende zorg op de arbeidsvraag is dat het ontbreekt aan ramingen daarvan voor de lange termijn.” Die analyse is voor meer publieke en private sectoren interessant dan alleen de Zorg. Zo wordt er ingegaan op de inzet van ‘onbenut arbeidspotentieel’ w.o. asielzoekers; zoals gezegd: interessant.

Maar wat zijn de bevindingen m.b.t. de toepassing van Medical Technology c.q. eHealth? Hierover constateert de WRR: “Zorgtechnologie, zoals eHealth, medische hulpmiddelen en robotica, vordert met rasse schreden. (…) In potentie biedt een toenemende inzet van faciliterende technologieën als robotica, domotica, thuismonitoring en eHealth kansen op
het gebied van personele en financiële houdbaarheid. Deze verwachtingen zijn echter in Nederland en andere landen tot op heden niet waargemaakt. Dit hangt mede samen met een aantal belemmerende factoren zoals de ict-infrastructuur, de financiering gericht op behandelvolume en het draagvlak onder patiënten en zorgmedewerkers. Het netto-effect van technologische innovatie in de zorg is vermoedelijke uitgaven verhogend.”

Het 1e, ‘technologische verwachtingen die niet worden waargemaakt in ons land’, constateerde de WRR ook (al) in 2015: ‘Invloed Robot op Arbeidsmarkt valt mee’. Omdat we niet in Robotica investeren….’. V.w.b.’ uitgaven verhogend:’ d.i. vaak bij initiële investeringen, zeker als het voor de organisatie nieuwe kapitaalgoederen resp. technologieën betreft. Maar met een schaars aanbod van personeel en dito stijgende kosten, verwacht ik dat een break even c.q. kantelpunt snel is bereikt, waarschijnlijk al ruim binnen het 1e decennium van de genoemde 40 jr.

Dan de mogelijke nieuwe toetreders c.q. potentiële concurrentie op de Zorgmarkt. Op het thema concurrentie gaat het rapport m.n. in op de onderlinge concurrentie van zorgverzekeraars. Voor de helderheid, met zoveel woorden zegt het rapport dat niet, maar toch: de Klant van de reguliere Zorg is de verzekeraar, niet de zorgvrager/cliënt/patiënt. Bij universitaire medische centra is er nog een klant nl. het Ministerie. ‘Klant’ omdat door hen de rekening wordt betaald. Over de rekening c.q. de kosten van de zorg: d.i. de aanleiding van het onderzoek/rapport.

Over zorgconcurrentie constateert het rapport: “Een zeer divers en groot aantal private partijen levert de daadwerkelijke zorg in Nederland; de meeste daarvan doen dat zonder winstoogmerk. Die private partijen verschillen in omvang van zelfstandig gevestigde individuele behandelaars tot grote complexe organisaties als ziekenhuizen en ggz-instellingen”.

Over nieuwe toetreders, nieuwe en branchevreemde partijen, (zéér) potentiële Zorgconcurrenten: geen woord, helaas. Althans: zo snel heb ik dat niet kunnen ontdekken. Jammer, een gemiste kans denk ik dan. Daarom 2, mogelijk branchevreemde, voorbeelden: WalMart Health resp. Amazon Care. WalMart, waarschijnlijk heb je al eerder gehoord van deze van oorsprong Super(idd met een hoofdletter)markt van de familie Walton. V.w.b. het door Jeff Bezos opgerichte Amazon: die/dat heeft geen toelichting nodig. Dan heb ik het nog niet over ‘health’ apps van partijen als Google, Apple, Facebook. Die toepassingen worden m.b.v. algoritmen steeds inventiever, merk ik, (NB; deze apps als potentiële toepassing in het zorgproces komen niet eens naar voren in het WRR rapport).

Wat deze partijen voorhebben op de reguliere Zorg is big data. Zij weten (veel) meer over de cliënt én potentiële zorgvrager, dan de reguliere zorgaanbieders. Zo weten ze of ik gezond leef, of ik alleen maar healthfood bestel en/of berichten daarover deel, hoeveel afstand ik dagelijks afleg, wat mijn bloeddruk is etc. Dat maakt mij interessant om een zorgverzekering aan te bieden en om mij, als hun cliënt, gerobotiseerde zorg te verlenen. Leef ik er daarentegen ‘op los’: obese, veel drankgebruik, te hard rijdend op mijn HD 2021 Sportster’ S, etc. dan ben ik voor hen een stuk minder interessant en krijg ik geen aanbieding. Het valt te raden wat dit voor de reguliere zorgverzekering/-verlening betekent in de, daar gaan we, komende 40 jaar.

‘En wetgeving dan?’, hoor ik je zeggen. Wetgeving is vaker reactief dan proactief. Daarbij: disruptieve technologieën ontwikkelen zich (veel) sneller dan een formatie…..

Willem E.A.J. Scheepers, organisatie ontwikkelaar, docent, auteur o.m. van het zojuist verschenen ‘Leiden en Lijden tijdens Coronacrisis‘. willem@willemscheepers.nl

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *