‘Het Nederlands Onderwijs is doelmatig maar kan beter.’ (met IiP?)

Eergisteren stuurde Ronald Plasterk, Minister van OCW, een brief naar de Tweede Kamer waarin hij die opmerking plaatst: ‘Het Nederlands Onderwijs is Doelmatig maar kan Beter.’ Goed dat we dan voor Onderwijs in 2008 € 32,577 miljard uittrekken, denk ik dan.

Plasterk schreef zijn brief n.a.v. de uitkomsten uit het OESO/OECD onderzoek ‘Education at a Glance 2007’. Jaarlijks laat het OESO haar licht schijnen over de ontwikkelingen binnen het, voor de OESO landen o zo cruciale, Onderwijs.

Sommige uitkomsten zijn verhelderend zo is het Nederlandse Onderwijs een ‘middenmotor’. Ook is er niet echt 1 land dat er over de hele linie uitspringt of het zou Finland zijn, een land dat een voorsprong heeft op het gebied van Innovatie. Verder is het interessant om te zien hoe de Britse Overheid de ontwikkeling van haar kenniseconomie oppakt.

Dat Finland op Innovatie hoog scoort, dat beeld komt ook naar voren uit andere onderzoeken. Vaak denk ik daarbij dan toch aan NOKIA. Zo’n dun bevolkt land met zo’n dominate global player, dan zijn oorzaak en gevolg al snel met elkaar verbonden. In zijn boek ‘Leiderschap Ontraadseld’ stelt Kets de Vries dat Finland haar innovatieve vermogen toch vooral te danken heeft aan de landsaard. Uitgestrekte gebieden waar mensen in relatieve rust, en eenzaamheid, tot zichzelf komen (nb: & van contempleren, via leren tot ontwikkelen), en zo tot innovatieve gedachten kunnen komen!

Enkele citaten uit de brief van Plasterk:

  • Het Nederlandse onderwijsstelsel is doelmatig: het behaalt, in vergelijking met omringende landen, redelijk goede resultaten bij een relatief laag uitgavenniveau.

  • Het Nederlandse onderwijs slaagt er vooral goed in de minder getalenteerde leerlingen relatief goed te laten presteren, maar dat er relatief weinig goede leerlingen uitblinken.

  • Als Nederland tot de top van de Europese kenniseconomie wil behoren, dan moet het aantal hoger opgeleiden verder stijgen. (….) Ondanks dat Nederland ten opzichte van andere landen relatief goed scoort is er nog veel winst te behalen in het verminderen van de uitval en het verhogen van het rendement. Meer differentiatie in het onderwijs en betere matching kunnen daaraan bijdragen zodat studenten zoveel mogelijk worden uitgedaagd om het beste uit zichzelf te halen.

  • Het salaris voor Nederlandse leerkrachten ligt zowel in het primair als het secundair onderwijs boven het gemiddelde salaris dat leerkrachten in de EU en de OESO verdienen. Ook ligt voor Nederlandse leerkrachten het salaris in het hoger secundair onderwijs, boven het gemiddelde. Hierbij moeten twee kanttekeningen worden gemaakt. In de eerste plaats kunnen de salarisgegevens in Education at a Glance gemakkelijk verkeerd worden geïnterpreteerd. Het betreft hier de salarissen volgens de officiële schalen. In tegenstelling tot de meeste OESO-landen kent Nederland meerdere salarisschalen in het secundair onderwijs.

  • Ten slotte toont de OESO gegevens over bedrijfsgerelateerde leeractiviteiten door werknemers. Op dit aspect van leven lang leren neemt Nederland in Education at a Glance een gemiddelde positie in. Het is lastig om deze uitkomst te relateren aan de EU-doelstelling, omdat deze doelstelling betrekking heeft op een veel breder scala aan leven-lang-leren activiteiten van de gehele bevolking. Nog voor de begrotingsbehandeling zal de Tweede kamer middels een aparte brief geïnformeerd worden over de voortgang op de Lissabon doelstellingen.

 Mooie brief toch heb ik in ieder geval (ook) 2 kanttekeningen:

  • Het OESO staat toch iets kritischer tegenover de vergoedingen voor leraren in het Onderwijs dan Plasterk doet voorkomen. En: het OESO maakt zich zorgen voor Nederland over de vervangingscapaciteit van de leraren, dat is niet 1 op 1. M.a.w.: er worden in Nl. minder leraren opgeleid dan dat er nodig zijn om aan de vervangingsvraag (nb: van gepensioneerde leerkrachten) te kunnen voldoen.

  • Wat betreft de Lissabonnorm: Nederland wil(de) in 2010 hoog(st) scoren in de lijst van 29 OESO landen met de nieuwe Nederlandse Kenniseconomie. Dat lukt dus niet. Interessant is het nu om te kijken naar Groot Brittannië. GB neemt het stokje over van Nederland om hoog(st) te scoren in het rijtje van Kenniseconomie maar dan in 2020.

Het Britse Overheidsprogramma heet World Class Skills (nb: in Nl. noemen we dat ‘een Leven Lang Leren’). Naast Onderwijs neemt ook het Britse bedrijfsleven daarbij een prominente rol in. Misschien opmerkelijk voor u, maar minder voor mij, is dat het al 15 jaar bestaande Investors in People programma in dit Britse Overheidsplan een grote rol gaat spelen:

5 thoughts on “‘Het Nederlands Onderwijs is doelmatig maar kan beter.’ (met IiP?)”

6,9%, is dat een forse salarisverhoging? | Managementpro 12 jaar ago

[…] in te kunnen zetten om alleen al aan ‘de vervangingsvraag’ te kunnen doel, zo maakte de OECD ons dat zeer recent nog duidelijk (nb: ‘vervanging’ van de leraren die op basis van hun leeftijd het Onderwijs binnekort […]

Quote van de Dag: LLL of WCS? 12 jaar ago

[…] een programma dat oorspronkelijk ‘in het leven is geroepen’ om de zogenaamde ‘Lissabonnorm’ te kunnen halen. Belangrijkste doel van dit nieuwe Plan van Aanpak: ‘90.000 extra volwassenen […]

John 12 jaar ago

De bende van vijf

           Jeroen Dijsselbloem, de voorzitter van de Parlementaire Onderzoekscommissie naar Onderwijsvernieuwingen, heeft Nederland geconfronteerd met een schokkend rapport over de kwaliteit van ons onderwijs. Alle media brachten dit als groot nieuws. Het dagblad Het Parool had de allerbeste kop daarboven staan, namelijk: ’Onderwijs onherstelbaar verbeterd’. Die drie ironische woorden zeggen eigenlijk alles.
        In jaren durende experimenten om ons onderwijs te verbeteren is het geheel te gronde gericht. Docenten die werkelijk onderwezen, maar ook geïnteresseerde leken zagen dat al heel lang aankomen. Maar hun opmerkingen, kritiek of suggesties werden door de bevlogen onderwijsvernieuwers achteloos weggewuifd, maar meestal weggehoond. Wie het met de progressieve vernieuwingen niet eens was, bewees alleen maar achtergebleven, ouderwets of seniel te zijn. Alleen met een totaal nieuwe aanpak konden de jongere generaties voorbereid worden op de toekomst, zei men.
        
Diploma
        Bovendien vonden progressieve politici de onderwijsrevolutie een prachtige gelegenheid om allerlei, in hun ogen, maatschappelijk misstanden op te heffen. Iedereen moest een diploma kunnen krijgen. De vroegere voortreffelijke schoolinstellingen zoals de hbs (hogere burgerschool), het gymnasium en de kweekschool waren veel te elitair en moesten verdwijnen. Alles moest grootschalig en niet iedereen hoefde alles te leren. Het aantal vakken werd sterk gereduceerd en er kwamen keuzepakketten waaruit de leerlingen zelf mochten kiezen. Als de studieresultaten te slecht bleken, werden de exameneisen eenvoudigweg verlaagd. De autoriteit van de docenten werd stapsgewijs afgebroken en ook de discipline verdween. Het werd min of meer normaal dat docenten werden uitgescholden, beledigd of zelfs geslagen door de scholieren. Er werd weinig tegen gedaan, want het moest immers leuk blijven.
              En die hele ellende begon met een grootheidswaanzinnig plan van de onderwijsminister Jo Cals, die in 1963 de Mammoetwet lanceerde die in 1968 werd ingevoerd. Daarbij verdwenen de eertijds voortreffelijke Nederlandse schoolsystemen zoals de kleuterschool, de lagere school, de hbs, de mulo, de middelbare meisjesschool, maar later ook de ambachtschool en de kweekschool.
        
Chaos
        Zo begonnen de afbraak en de chaos. Thans zijn er generaties van leerlingen die niet kunnen rekenen, niet goed kunnen lezen, die slecht schrijven, de Nederlandse taal niet beheersen en weinig tot niets weten van geschiedenis en aardrijkskunde.
       Toen mijn eigen kleinkinderen zes jaar op de nieuwe basisschool hadden gezeten, heb ik mijn dochter geadviseerd naar België te emigreren vanwege het veel betere onderwijs in Vlaanderen.
              Daar had men nog een gewone lagere school. De kinderen werden een dag lang getest door het hoofd van de school zelf. Ze bleken twee jaar achter te lopen ten opzichte van hun Belgische leeftijdsgenootjes. Ze hadden dus in Nederland een achterstand opgelopen van vijftig procent. Ze werden een hele klas te- ruggeplaatst en moesten ook nog een heel jaar twee uur extra huiswerk per dag maken. Ook in weekeinden en op feestdagen. Het duurde bijna twee jaar voor ze de gigantische achterstand hadden ingehaald.

Volgende kolom 
       Ze zitten nu op een Vlaamse middelbare school, die hetzelfde hoge onderwijsniveau heeft. En geen docent die zich Annie of Kees laat noemen. Er is nooit uitval van lesuren omdat de leraren moeten vergaderen. Dat doen ze op zaterdag en nooit onder lestijd. Die is heilig en het schoolgebouw is een oase van rust.
        
Vlamingen
              Vanuit de grensstreek gaan thans al duizenden Nederlandse kinderen naar Belgische scholen vanwege het beroerde onderwijs in ons eigen land. De klassieke Belgenmoppen waarin onze zuidelijke buren altijd als dom werden afgeschilderd, waren in feite schandelijk. Belgen, en vooral de Vlamingen, doen het op ieder onderwijsniveau honderdmaal beter dan wij.
        In feite hebben onze bevlogen onderwijsvernieuwers een culturele ramp aangericht. Honderdduizenden jonge mensen hebben een kennisachterstand en een gebrek aan algemene ontwikkeling opgelopen die nooit meer te herstellen zijn. En zelfs als de overheid na het Dijsselbloem-rapport zou besluiten het oude onderwijssysteem in ere te herstellen, dan nóg zal het zeker vijftien jaar duren voor onze Nederlandse scholen hun achterstanden hebben ingehaald. Want ook veel jonge docenten weten niet meer hoe het eigenlijk moet.
        
Bende
        Een soortgelijke ramp heeft zich in China afgespeeld. Onder de communistische dictator Mao Zedong werd in 1965 de zogenaamde Grote Proletarische Culturele Revolutie uitgeroepen. De communistische partij moest gezuiverd worden van zogenaamde verderfelijke bourgeois (burgerlijke) elementen. Alles wat zweemde naar ontwikkeling, cultuur, aristocratie, eruditie en wetenschap moest vernietigd worden. Alleen al het dragen van een bril was verdacht. Dat betekende namelijk dat men kon lezen, en dus waren brildragers potentiële intellectuelen en per definitie tegenstanders van het gelijkheidsideaal van het communisme. Die revolutie, die bijna vijf jaar duurde, vernietigde kostbaar cultuurgoed en kostte velen het leven. De kopstukken van die revolutie werden na de dood van Mao ’de bende van vijf’ genoemd. Ze kwamen pas in 1980 voor de rechter.
       Maar in wezen heeft ook Nederland al bijna veertig jaar geleden onder een allesvernietigende onderwijsrevolutie, veroorzaakt door links denkende politici die wij bij naam kennen. Zoals Jacques Wallage, Jos van Kemenade, Wim Deetman, Jo Ritzen, Tineke Netelenbos, die wij, naar analogie van de Chinezen, zonder meer ’de Nederlandse bende van vijf’ kunnen noemen. Maar ze ontkennen categorisch al hun wandaden. Ze hebben allang uiterst riante banen gekregen en trekken zich niets aan van de stinkende puinhopen die ze achteloos achtergelaten hebben.

Crisis in Onderwijs wordt uitdaging voor Werkgevers. « Willem Scheepers of het Rendement op Investeren in Mensen. 9 jaar ago

[…] dat v/m Minister Ronald Plasterk hierover op 18/09/2007 nog schreef aan de Tweede Kwamer ‘Het Nederlands Onderwijs is doelmatig maar kan beter.’ heeft hierin geen verandering meer kunnen […]

Onderwijs Crisis ernstiger dan Banken Crisis. – ManagementPro 9 jaar ago

[…] ‘Het Nederlands Onderwijs is doelmatig maar kan beter.’ (met IiP?) […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *