Tag: Gastcolumns

Nederlandse Immigratiepolitiek

De Nederlandse economie bezit momenteel kenmerken die voor ons land  uniek, maar ook in een  internationale context zeer bijzonder zijn. Nooit eerder gold voor Nederland namelijk de volgende combinatie van factoren:

  • een zeer vermogend land met een hoge levenstandaard;
  • het dichtstbevolkt onder de ontwikkelde landen;
  • een vergrijzende en op termijn dalende bevolking;
  • een bevolking met een sterke voorkeur voor vrije tijd;
  • een bevolking met een afkeer van bepaalde vormen van arbeid;
  • een maatschappij gekenmerkt door het mijden van risico`s, hang naar zekerheid en een geringe bereidheid tot veranderen;
  • een economie, waarin driekwart van de productie in de dienstensector tot stand komt.

Bovengenoemde kenmerken van de Nederlandse samenleving duiden op een volgroeide en verzadigde maatschappij. Vergrijzing en een afnemende bevolkingsgroei die uiteindelijk omslaat in een bevolkingsdaling zijn verschijnselen waarmee alle ontwikkelde landen te maken krijgen (zie Japan).

Het begrip Werkloosheid vereist een nieuw etiket .

Niet alleen de politiek/overheid maar ook bedrijven moeten de draai naar een gehorizontaliseerde  samenleving maken (een samenleving waarin mensen, bedrijven en maatschappelijke organisaties in netwerken samenwerken, kennisdelen en communiceren). Maar er is een belangrijk verschil tussen de private en publieke sector.

Bedrijven die zich niet tijdig aanpassen aan de nieuwe realiteit van het Kennis en Innovatietijdperk worden genadeloos afgestraft. Omdat de Nederlandse overheid niet failliet zal gaan, is de dwang bij politici om noodzakelijke veranderingen en vernieuwingen door te voeren helaas niet aanwezig. Jongere generaties wordt daardoor een aansprekend perspectief van Nederland ontnomen. De negatieve gevolgen daarvan zullen groot zijn maar pas op termijn zichtbaar worden.

Voor het doorvoeren van noodzakelijke veranderingen en vernieuwingen zijn leiders nodig. Managers zijn er volop te vinden, goede leiders zijn veel zeldzamer. Een manager moet er voor zorgen dat de opgedragen taken op een juiste manier, met inachtneming van de ter beschikbaar gestelde middelen, worden gedaan. Leiderschap houdt ondermeer de competentie in om noodzakelijke veranderingen en vernieuwingen in het belang van de toekomst van Nederland op basis van maatschappelijke draagkracht tot stand te brengen.

Boek van de week

Opleidingen

Bekijk alle opleidingen

Het verband tussen de val van de Muur en de Financiële Crisis

De tweede helft van de afgelopen eeuw was het toneel van de Koude Oorlog. Die draaide niet alleen uit op een confrontatie tussen ideologieën, maar ook tussen twee operationele vormen van uitvoering op het gebied van economie: de vrije markteconomie versus de centraal geplande economie.

In de economie worden vrijwel nooit gecontroleerde experimenten uitgevoerd. Maar zelfs in een laboratorium was geen beter experiment mogelijk waarbij je de uitkomst van de situatie van Oost – met die van West- Duitsland kon vergelijken.

Het uitgangspunt van beide landen was min of meer identiek. Na de Tweede Wereld oorlog begonnen ze met de zelfde cultuur, dezelfde taal, de dezelfde geschiedenis en de dezelfde normen en waarden. Vervolgens stonden ze veertig jaar lang aan weerszijden van een scheidslijn en vond er vrijwel geen handel tussen beide landen plaats. Vandaar dat je kan vaststellen dat het verschil in ontwikkeling van de twee landen dat hier werd uitgetest, het verschil was tussen twee politieke en economische systemen: marktkapitalisme versus centrale planning.

Vacatures

Manager Wonen & Beheer

Wil jij samen met de medewerkers de uitgangspunten vaststellen die zij nodig hebben om zelfstandig te acteren en te leren? En heb je affiniteit met digitalisering en procesoptimalisatie? Lees dan snel verder! Bekijk alle vacatures

Advertorial

Hoe kan Nederland nu eens eindelijk uit de Crisis komen?

Met enige regelmaat proberen gezaghebbende personen ons te doen geloven dat de economische impasse, voortkomende uit de bank/kredietcrisis, voorbij is. Het oude adagium ”wie niet werkt, zal ook niet eten” wordt overstemd door de wijsheid dat “wie niet uitgeeft, de economische groei in gevaar brengt”. Echter in het tijdperk na 2008 zijn mensen op emotioneel niveau niet aan te zetten (zo is inmiddels duidelijk gebleken) tot blinde consumptie of bestedingen, simpelweg omdat “het systeem” dat van hen verwacht.

Er zijn twee kernoorzaken van de nog steeds voortdurende economische impasse :

Gemeenten de beste Broedplaatsen voor de Kenniseconomie

Zo`n vierduizend jaar geleden had een Egyptische Farao een droom waarin hij een macro- economische prognose voor de komende veertien jaar zag: zeven vette en zeven magere jaren. De cyclus (eerst overvloed en dan honger) werd opgevoerd noch als straf noch als beloning voor enig handelen van de mens. Het is eerder een soort test: is de mens wijs genoeg om verstandig te reageren op wat hij op zich af ziet komen. Bouw overschotten op in de goede tijden: consumeer gedurende die jaren niet de gehele oogst, maar bewaar voldoende voor de zeven slechte jaren.

Het mooie van dit verhaal is dat het zo simpel is dat zelfs een kind dit kan begrijpen. Het angstaanjagende eraan is, dat het aangeeft hoezeer wij tegenwoordig zijn afgedwaald van de essentiële les die dit verhaal ons te bieden heeft.  De EU- regels voor de Euro schrijven voor, dat het begrotingstekort ten hoogste 3 procent van het BBP mag zijn, maar die regel veranderde in de praktijk al snel van “3 procent is het plafond in 3 procent is o.k.”. Psychologisch gaan wij met de 3 procentnorm om als of dit het begrotingsevenwicht zou zijn. Voor elk tekort kleiner dan die drie procent gaan de handen op elkaar. Waar komt die mentaliteit vandaan? En waarom praten wij alleen maar over het terugdringen van begrotingstekorten, terwijl het gesprek eigenlijk hoort te gaan over het creëren van begrotingsoverschotten.

Laat Ondernemers het land besturen

Sinds de aanslag van zelfmoordterroristen in de Verenigde Staten is terrorisme verheven tot een ideologische abstractie en als wereldwijde vijand gekwalificeerd. Angst voor terrorisme, maar ook en misschien wel verraderlijker, angst voor de onbeheersbare snelheid van de veranderingen, angst voor het verlies van werk, angst om in een tijd van steeds ongelijkere spreiding van middelen terrein aan anderen kwijt te raken, angst om de greep op omstandigheden en routines van het dagelijks leven te verliezen.

Als we “terrorisme” op een voetstuk plaatsen als de grootste bedreiging van de westerse beschaving, de democratie of “onze manier van leven”, en er een oorlog van onbepaalde duur van maken, lopen we het risico dat belangrijke nieuwe kansen (tengevolge van de overgang van het industriële tijdperk naar het kennis en innovatietijdperk) onze neus voorbij gaan. Om terroristen te kunnen verslaan moet de aantrekkingskracht van hun extremistische ideologie worden geneutraliseerd. Het is dus niet alleen een militaire maar juist ook een intellectuele strijd.  Echter slechts weinig democratische regeringen kunnen de verleiding weerstaan om met die gevoelens van angst politiek hun voordeel te doen.

Is democratie nog de wil van het volk?

In het belang van ons zelf en de toekomst van Nederland moeten wij ons ervan bewust worden dat het echt niet langer zinvol is dat de Staat in vrijwel alle economische en maatschappelijke kwesties de bepalende factor is. Bureaucratisering van onze samenleving, regelzucht, parasitisme, criminaliteit, machtsmisbruik, werkloosheid, inflatie enzovoort zijn niet een gevolg van een gebrek aan democratie, maar worden mogelijk juist door de democratie veroorzaakt.

Democratie ontstond in een tijd dat de overheid relatief klein was en heeft op zichzelf veel goeds gebracht. Maar er is ook een soort heiligverklaring van de democratie ontstaan en een kritiekloos geloof in het collectivisme. Een collectivisme waarin de individu per definitie aan de groep ondergeschikt is. Er komt echter steeds meer verzet tegen een systeem dat tot in detail ons leven beïnvloed.

Nederlanders, haal de overheid van de doodlopende weg af!

Niemand had bij de overgang van het agrarische — naar het industriële tijdperk een beeld hoezeer de industriële revolutie de groei van de markt, het aanzien van de wereld op het gebied van techniek, politiek, godsdienst, kunst, het sociale leven, wetgeving, huwelijk en persoonlijkheidsontwikkeling zou gaan veranderen. In een vergelijkbare niet vaak voorkomende situatie zitten we nu, ruim 165 jaar later, weer.

Met de huiscomputer, een eigen website, zaad dat genetisch is afgestemd op gebruik in de stad en/of eigen huis, met goedkope gereedschappen, nieuwe materialen, een 3D printer, plus gratis adviezen via internet en (mobiele) telefoon, wordt in de 21ste  eeuw een manier van leven mogelijk die compleet anders zal zijn als in de 20ste eeuw; dat is wel zeker.

Continu verbeteren en de rol van de midden manager. (oproep deelname aan onderzoek)

Organisatieverandering is complex en zeer context afhankelijk. Daarom is er een sterke behoefte aan studies die inzicht geven in de complexiteit van organisatorische veranderingen, en met name het managen en de leidinggeven van verandering. Er veel onderzoek gedaan naar lean management en continue verbetering. Het blijkt echter dat de rol van midden management bij continue verbetering in al deze onderzoeken is onderbelicht. Dat is ook de reden dat ik gestart ben met een promotieonderzoek dat zich richt op de vraag:

Hoe en in welke mate beïnvloedt midden management continue verbetering van organisaties in de financiële dienstensector?

Om de rol van midden management te toetsen en verder te onderzoeken ben ik op zoek naar midden managers en top management.

Ivoren toren politiek staat haaks op Nederlandse volksaard.

Door een zakelijke visie van de overheid op economische groei, werkgelegenheid en inkomensverdeling rustte onze naoorlogse welvaart op een solide basis. Daar kwam een einde aan toen de overheid zelf financieel aansprakelijk voor de markt van welzijn en geluk werd.

Dit opgrond van een reeks van nieuwe wetten met het karakter van gegarandeerde toezeggingen waaraan verregaande sociale rechten konden worden ontleend.

In de jaren zeventig vond de politiek bij meerderheid  dat de marktwerking en niet de staatsbemoeienis de beste manier was om de belangrijkste maatschappelijke problemen succesvol aan te pakken. Tal van activiteiten die in het verleden door de overheid werden ontwikkeld, zoals de eigendom van basisindustrieën, het openbare vervoer, sociale dienstverlening en nutsvoorzieningen werden naar de markt verschoven. De politisering van de economie sloeg om in een economisering van de politiek. Deze omslag  is één van de belangrijkste oorzaken  van de huidige malaise in de politiek. Er vindt sindsdien een beoordeling plaats op basis van economische maatstaven die politici zelf niet hebben opgesteld en daarom ook niet (echt) willen verdedigen.