Tag: Leiderschap

Beoordelen in krappe tijden.

Paul werkt nu al weer enige jaren voor zijn werkgever, een beursgenoteerde Nederlandse multinational. Hij is een specialist op zijn gebied. Paul deed ervaring op bij een andere multinational en bij een organisatie die zich specifief richt op zijn vakgebied, wat een essentieel deel is van het organisatieproces. Daarna maakte hij een succesvolle overstap naar zijn huidige organisatie. Ook dit jaar scoorde hij als specialist weer exceptioneel, hij wist voor zijn werkgever een forse besparing te realiseren en toch, toch viel de beoordeling die hij eerder deze maand ontving, hem rauw op het dak: hij gaat er dit jaar financieel feitelijk niets op vooruit en dat terwijl zijn organisatie juist in 2006 (& al weer) een Topjaar kende. Hoe kan dat nu? En zijn hier misschien risico’s aan verbonden?

Wat vraagt u aan uw spiegelbeeld?

Ja als u in de spiegel kijkt wat zou u dan vragen aan de persoon die u daar zo ziet staan? Welke vragen houden u bezig? & Dan bedoel ik hier: vragen die gerelateerd zijn aan uw managementfunctie. Welke vragen stelt u aan uw spiegelbeeld?

Enige zelfreflectie op zijn tijd kan geen kwaad. Dat je vervolgens weet waar je goed in bent, dat is prima. Nog beter is het om te beseffen dat er ook dingen zijn aan, of bij, je die verbeterd kunnen worden.

Onderscheid kunnen maken, dus. Da’s handig want: ‘The fact is, having 15 priorities is the same as having none at all.’

Boek van de week

‘I am the Greatest!’

Wie van ons, en dan trek ik het ‘breed’ over onze gehele Globe, kan met droge ogen zeggen ‘I am the Greatest!’? Weinigen denk ik. Het zijn die mannen en vrouwen die uitzonderlijke prestaties leveren; een moeder Theresa, een Ghandi, een Martin Luther King, een Mandela, dat ‘soort types’. Op andere gebieden dan onbaatzuchtigheid zie je hen soms ook, die ‘Greatest’-types. U mag het zelf invullen.

Muhammad Ali f.a.k.a. Cassius Clay is er zo één. Hij riep het al héél vroeg in zijn carriére ‘I am the Greatest!’ maar hij toonde aan dat hij, eenmaal daar gearriveerd, the Greatest bleef. Gisteren werd hij, inmiddels fysiek labiel, 65 jaar en verkocht hij zijn naam voor $ 30.000.000; het is hem gegund. Veel documentaires zijn er over Ali gemaakt en nog meer boeken geschreven. Het mooiste en wellicht ook het kostbaarste boek over Ali is getiteld G.O.A.T.  een aanrader, dat boek (nb: ook als paperback), met een inhoud die u kan inspireren.

Advertorial

& dan nu: Opvolging!

Misschien wrang met het oog op de nieuwsberichten, over STORK, die op dit moment via de Ondernemingskamer over het Web rollen (zie daarvoor o.m. nieuwssite van Het FD) maar gisteren beloofde ik het: u hebt van mij tegoed enkele markante vaststellingen inzake opvolging.

En dan bedoel ik hier: de opvolging van de (eind)verantwoordelijken in een organisatie. Maar wie weet kun je zelfs dat breder trekken. U vindt de ‘markante vaststellingen’ door verder te lezen.

Het ‘Peter Principe’ gaat niet op voor G. Kleisterlee.

“De sequel (of ‘het vervolg’) is nooit zo goed als het origineel.” En dat gaat, volgens prof. Rick van der Ploeg, op voor zowel films, als producten, als mensen: de opvolger stelt bijna altijd teleur.

En da’s opmerkelijk, zeker als je weet dat andere betekenissen van het woord sequel (toch) zijn: consequence, continuity, effect, better thing (of, in dit geval, better manager). Misschien gaat hier dan helaas het Peter Principe op: je laatste stap in je carriére is er net één te veel……

Jonge Bazen of Jonge Dwazen?

“The earliest test of leadership comes with that first assignment to manage others. Most new managers initially fail this test because of a set of common misconceptions about what it means to be in charge.” en: “New managers often discover, belatedly, that they are expected to do more than just make sure their groups function smoothly today. They must also recommend and initiate changes that will help their groups do even better in the future.” zo maar 2 citaten uit ‘The Tests of a Leader’.

Mijn advies: leest u ze, deze mythes en vooral de feiten, zeker als u een Jonge Baas wilt zijn (en geen jonge dwaas…..).

Don’t follow the leader

Er rijst steeds meer verzet tegen het poldermodel. Traag, onnodig dempend, nivellerend, en niet meer van deze tijd. Dat mag zo zijn, maar het poldermodel is in feite één van onze meest gewortelde tradities, zo betoogt Frits van Oostrom. En een traditie die resultaat oplevert. In termen van bijvoorbeeld waterbeheersing (watermanagement sinds ZKH WA zich er mee bezig houdt), maar zeker ook in termen van maatschappelijke cohesie.

Een blijk van waardering of toch maar niet.

De commercieel directeur had, in de periode dat hij werkzaam was voor de organisatie, dat gedaan wat hem was opgedragen; niet meer, niet minder. Maar helaas waren de klanten ontevreden. De producten werden te laat geleverd, de helpdesk was onderbemand en de servicedienst onvoldoende geïnstrueerd. Dat alles werd breed uitgemeten in de media. Maar er waren vooral externe oorzaken voor dit falen, namelijk: te late leveringen vanuit Oost Azië, onlusten in Nigeria, te strenge controle vanuit the US, de financieel sterke € etc.etc. De vraag die de Raad van Commissarissen nu diende te beantwoorden was: geven we hem alsnog een blijk van waardering of toch maar niet? En zo ja, hoe komt dat dan over bij de klanten?

‘Bejaardenhuis geruimd, bewoners afgevoerd.’

Ja leest u het nog maar eens goed: ‘Bejaardenhuis geruimd, bewoners afgevoerd.’ Da’s even schrikken niet waar. Maar dat was ook niet wat de spreker bedoelde, hij wilde ingaan op de recente ruiming van een kippenfokkerij maar hij versprak zich. Kan gebeuren. In dit bijzondere geval noemen we dat een ‘Bushism’, ook omdat de (ver)spreker-in-kwestie president Bush was. In zijn thuisland horen zijn landgenoten ze niet vaak meer, deze ‘Bushisms’. Met de ‘midterm elections’ op komst gaat president Bush het spreken in het openbaar steeds beter af(!). Er is een trend in zijn optredens te ontdekken en, dus, is er nog iets van te leren. 

Tip: geef een tip!

Tip: geef een tip, geef een fooi als u vindt dat u goed geholpen bent! Laat uw tevredenheid zien aan degene die u verzorgd heeft. Zo niet, dan krijgt hij/zij (helaas) niets. Betere vorm om klantentevredenheid te meten is er niet, toch? Momenteel zit ik aan de andere zijde van de oceaan waar het geven van tips of fooien een industrie op zich is. Een ‘industrie’ die inwoners van buiten dit land, de VS, niet altijd begrijpen maar kom: laat die ‘ Green Bill’ maar waaien en de klantvriendelijkheid zwaait je tegmoet: ‘ When in Rome, do as the Romans do!’.