de Staat van het Onderwijs, waarderend onderzocht.

“Het bestuur vervult een duidelijke voorbeeldfunctie wat betreft de waarden van de instelling. We zien bijvoorbeeld dat het bestuur professionele ruimte biedt, initiatieven stimuleert, vertrouwen geeft, transparant communiceert en toegankelijk is.” Een week nadat docenten in de Hofvijver doken om tot een ‘Normaal Academisch Peil‘ te kunnen komen, publiceert de Onderwijsinspectie het rapport ‘De Staat van het Onderwijs’. N.a.v. dat rapport melden de media ‘Het Nederlandse onderwijs krijgt van de Onderwijsinspectie een dikke onvoldoende‘.

Dat alles is voor mij meer dan één reden om ook eens naar dat rapport te kijken. Is het allemaal ‘één grote ellende’ of valt er ook nog ‘iets’ positiefs te melden over het onderwijs? Vond er ook nog ‘zoiets’ als appreciative inquiry plaats? Voorgaand citaat komt iig ook uit het rapport ‘De Staat van het Onderwijs‘. Er zijn dus ook schoolbesturen die positieve ervaringen opleveren.

Waarom is appreciative inquiry of waarderend onderzoek relevant? Omdat een negatieve toonzetting in rapporten zelden aanzet tot verandering bij de betrokken populatie. Daarnaast kunnen positieve voorbeelden, zoals blijkt uit de ervaring/handelingen van een aantal schoolbesturen, daaraan hun bijdrage leveren. En, ook niet onbelangrijk, dit kan er aan bijdragen dat € 8,5 miljard die de Overheid steekt in de verduurzaming van het onderwijs, uiteindelijk ook rendeert.

De Staat van het Onderwijs is een uitgebreid rapport, 208 pagina’s met daarin aandacht voor de thema’s: Onderwijs ten tijde van Corona, Maatschappelijke opgave van het onderwijs, Kwaliteit en sturing, ter afsluiting een Reflectie. Met ook nog een verdeling tussen de verschillende vormen van onderwijs. Hier leg ik een algemene focus op het thema ‘kwaliteit en sturing’: “Besturen zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs dat leerlingen krijgen op scholen en opleidingen, of scholen voldoen aan wet- en regelgeving, en voor de financiën.” Op dit thema concluderen de onderzoekers: “De kwaliteitszorg lijkt zich positief te ontwikkelen, maar het blijft een belangrijk aandachtspunt om de kwaliteit en het functioneren van het samenwerkingsverband verder te brengen.”

Voor de Onderwijsinspectie is een samenwerkingsverband niet ‘zo maar iets’, zoals o.m.: “Besturen van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs moeten zijn aangesloten bij een samenwerkingsverband voor po of vo in de plaats waar hun scholen zijn gevestigd.” De onderzoekers concluderen daarover: “De kwaliteitscultuur van samenwerkingsverbanden is vaak op orde (80 procent) of zelfs goed (8 procent).” Dat ‘governance‘ daarbij een cruciale rol speelt, bevestigt nog eens het belang van samenwerking. De onderzoekers hierover: “Samenwerkingsverbanden geven gehoor aan de oproep om een onafhankelijk lid toe te voegen aan het intern toezicht. Een aantal samenwerkingsverbanden gaat ook verder en kiest voor meerdere onafhankelijke leden, of zelfs een compleet onafhankelijke raad van toezicht bestaande uit alleen maar externe leden. De structuur is vaker op orde en de cultuur is meer gericht op samenwerken en onderling vertrouwen.” D.i. iig iets positiefs.

Cultuur is sowieso een onderwerp dat me aanspreekt (…..); lees anders dit ’15 jr jonge’ blog. Daar ga ik dan ook nog even op verder. De onderzoekers over de kwaliteitscultuur naar de mening van de besturen van de onderwijsinstellingen: “De kwaliteitscultuur is van de 3 standaarden binnen het kwaliteitsgebied Kwaliteitszorg en ambitie het meest als goed gewaardeerd (NB; deze 3 standaarden zijn: Kwaliteitszorg, Kwaliteitscultuur, Verantwoording en Dialoog). Bij 32 procent van de besturen was de kwaliteitscultuur goed, bij 61 procent voldoende en bij 8 procent onvoldoende.

Dit lage percentage onvoldoende is te verklaren door de beperkte wettelijke basis. In totaal zijn 89 herstelopdrachten gegeven op deze standaard, zowel aan besturen die een voldoende kregen als aan besturen die een onvoldoende kregen. (….)  De wettelijke vereisten hebben vooral betrekking op randvoorwaardelijke zaken voor het realiseren van een kwaliteitscultuur, zoals het op papier vastleggen van de inrichting van de organisatiestructuur en de verdeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden en gaan niet over de kwaliteit van de uitvoering hiervan en of dit handelen bijdraagt aan het bereiken van gestelde doelen.”  Structuur versus Cultuur, waar zagen we dat eerder? Het doet mij denken aan de Belastingdienst.

Maar het kan natuurlijk altijd beter, zeker naar de mening van de medewerkers van 1.503 onderwijsinstellingen: “Op de meeste scholen waar wij de kwaliteitscultuur onderzochten (1.503) is kwaliteitscultuur voldoende (57 procent) of zelfs goed (37 procent). Slechts op 6 procent van de scholen is er te weinig sprake van een professionele cultuur, bekwaam en bevoegd personeel of zijn taken en verantwoordelijkheden niet goed belegd.” Er is idd altijd ruimte voor verbetering, zeker binnen het Onderwijs.

Dan ben ik nog benieuwd of het rapport aandacht besteedt aan technologie binnen het onderwijs c.q. digitalisering: EdTech. “Tijdens de (gedeeltelijke) sluiting van de scholen bleken veel teams in staat om heel snel met elkaar het onderwijs op afstand vorm te geven en een ‘digitale sprong’ te maken. Door de omschakeling naar afstandsonderwijs staan veel scholen in een ontwikkel-, onderzoeks- en uitprobeerstand. Dit geeft een impuls aan de professionele kwaliteitscultuur.” Idd. Maar ook: “Bijna alle schoolleiders gaven aan dat ze de nieuwe middelen die zijn ingezet tijdens het afstandsonderwijs blijven gebruiken na de herstart. Ook besturen zien kansen om in de toekomst te profiteren van de ontwikkelingen op digitaal gebied.”  Het is, zeker, niet voor het eerst dat een crisis de aanzet is tot, vaak ingrijpende, veranderingen.

Het rapport concludeert in de Reflectie:  “Onderwijs toont veerkracht en vernieuwing: Leraren, schoolleiders en besturen toonden een enorme veerkracht en een ongekend vernieuwingsvermogen, terwijl er in feite geen tijd was om zorgvuldig keuzes te maken.” (ook) Mooi maar is er dan toch nog iets waarvoor de in de media aangehaalde ‘onvoldoende’ een basis zou kunnen vormen?

Wellicht: “Uiteindelijk staat of valt goed onderwijs met (voldoende) goede leraren. Juist daarom blijft het noodzakelijk om te investeren in de aantrekkelijkheid van het beroep en in de kwaliteit van de beroepsgroep. Een passend salaris, gerichte professionalisering, degelijk strategisch HRM-beleid en een heldere visie van de beroepsgroep op de uitoefening van hun beroep zijn daarvoor belangrijke randvoorwaarden.” Investeren in medewerkers, een Strategisch HRM beleid, waar zagen we dat eerder?

Willem E.A.J. Scheepers, organisatie ontwikkelaar, docent cultuur en organisatie; auteur van o.m. het boek Managen en Leiden Pre-Corona, over Leren (en Afleren).

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *