Laat Ondernemers het land besturen

Sinds de aanslag van zelfmoordterroristen in de Verenigde Staten is terrorisme verheven tot een ideologische abstractie en als wereldwijde vijand gekwalificeerd. Angst voor terrorisme, maar ook en misschien wel verraderlijker, angst voor de onbeheersbare snelheid van de veranderingen, angst voor het verlies van werk, angst om in een tijd van steeds ongelijkere spreiding van middelen terrein aan anderen kwijt te raken, angst om de greep op omstandigheden en routines van het dagelijks leven te verliezen.

Als we “terrorisme” op een voetstuk plaatsen als de grootste bedreiging van de westerse beschaving, de democratie of “onze manier van leven”, en er een oorlog van onbepaalde duur van maken, lopen we het risico dat belangrijke nieuwe kansen (tengevolge van de overgang van het industriële tijdperk naar het kennis en innovatietijdperk) onze neus voorbij gaan. Om terroristen te kunnen verslaan moet de aantrekkingskracht van hun extremistische ideologie worden geneutraliseerd. Het is dus niet alleen een militaire maar juist ook een intellectuele strijd.  Echter slechts weinig democratische regeringen kunnen de verleiding weerstaan om met die gevoelens van angst politiek hun voordeel te doen.

De huidige Nederlandse samenleving heeft duidelijke kenmerken van een verzadigde samenleving. De gevolgen daarvan zijn ondermeer: dat de meeste bestaande structuren verouderd zijn; dat er daardoor onvoldoende oriëntatie is op het huidige Kennis en Innovatietijdperk; dat een (over) beheersmentaliteit, gericht op het in standhouden van de huidige traditionele benaderingen, de overhand heeft gekregen boven een beleid dat gericht is op de toekomst van Nederland en correspondeert met belangrijke maatschappelijke en demografische ontwikkelingen; dat er meer oog is voor de korte termijn dan het noodzakelijke langere termijnbeleid voor Nederland.

De politieke ideologieën uit het Industriële tijdperk zijn echt achterhaald. De nieuwe ideologie van het consumentisme kan volstaan met de rechtvaardiging van consumptief gedrag als zijnde persoonlijk bevredigend, maatschappelijk vanzelfsprekend en economisch noodzakelijk. We zitten nu in een soort overgangsfase (gekenmerkt als comfort maatschappij) naar een nieuw type samenleving waarin de voorheen actieve burger wordt afgelost door de passieve, niet in politiek geïnteresseerde consument.

In het belang voor de toekomst van Nederland moeten er een aantal belangrijke vragen beantwoord worden. Wat zijn  de grenzen van de democratische staat? Wat is het juiste evenwicht tussen particulier initiatief en het algemeen belang, tussen vrijheid en gelijkheid? Wat zijn nog haalbare doelstellingen van een sociaal beleid, en waar wordt het bemoeizucht en schiet het zijn doel voorbij? Waar moeten we precies het onvermijdelijke compromis tussen maximale particuliere rijkdom en minimale sociale wrijving plaatsen? Wat zijn de correctie grenzen tussen politieke en religieuze gemeenschappen en hoe kunnen we botsingen aan die grenzen tot een minimum beperken? Hoe moeten we de greep houden op eventuele conflicten als onderhandelingen niet meer mogelijk zijn?

Onze overheid kan alleen goed opereren als er een duidelijke visie op de toekomst van Nederland bestaat, en een helder beeld van het daarvoor noodzakelijke beleid. Het zou in dit verband aan te raden zijn dat een trio van  jonge competente ondernemende personen in goede samenwerking een bestuurlijk team vormt dat boven de (politieke) partijen staat. Dat team moet ervoor zorgen dat via een aantal relevante projecten (zoals duurzaam ondernemen, decentralisatie in overheidsbestuur, demografie, stimuleren van sterke MKB/familiebedrijven, uitbouw en exploitatie waterbouwkundige expertise, einde maken aan smorende bureaucratie, optimalisering geografische ligging in verband met transport en daarmee de positie van de Rotterdamse haven)  fundamentele zaken worden aangepakt.

Conclusie: De politiek dient via een team jonge succesvolle ondernemers het noodzakelijke elan, enthousiasme en daadkracht in het belang van de toekomst van Nederland te katalyseren. Daarmee ontstaat een aansprekend perspectief door en voor jongere generaties. Op landelijk niveau is het zinvol om Singapore qua industriebeleid en beleidskracht als voorbeeld te nemen. Op gemeentelijk niveau kan het Zwitserse model, waarbij politiek gekleurde wethouders hebben plaatsgemaakt voor professionele bestuurders met hart voor de gemeente, als voorbeeld dienen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *